Category Archives: Duurzaamheid

Beelden als bouwstenen voor een duurzame toekomst op het platteland

(Veel dank aan Alette Opperhuizen (voor deze tekst en coördinatie van het living lab Noordoost-Brabant), en het Brabant- en MANTRA team!)

Op 24 april en 29 mei was Natuurcentrum de Specht in Handel het toneel van de eerste bijeenkomsten van het living lab Noordoost-Brabant. Dit initiatief is onderdeel van het MANTRA onderzoek naar klimaatadaptatie en gezondheid in landelijk gebied. Meer weten over het living lab? Neem contact op met Alette Opperhuizen (alette.opperhuizen@wur.nl).


Op het platteland zijn grote veranderingen gaande door klimaatverandering en de maatregelen die nodig zijn om daarmee om te gaan. In Noordoost-Brabant kwamen diverse partijen uit de regio daarom samen in hun eerste living lab. Samen maken zij, in een reeks bijeenkomsten, een reis van het heden naar de toekomst en maken zo concrete plannen en acties voor de leefbaarheid op het platteland en de impact van klimaatverandering.

In Noordoost-Brabant kwamen beleidsmakers, buurtbewoners, zorgverleners, dorpsondersteuners, boeren, ondernemers, onderzoekers, adviseurs, vrijwilligers en kunstenaars onlangs tweemaal bijeen om te brainstormen over een duurzame toekomst. Om te laten zien hoe het Mantra-onderzoek wil bijdragen aan de ontwikkeling van een leefbaar landelijk gebied, deelden drie onderzoekers in een eerste bijeenkomst een aantal inzichten. Zij lieten zien hoe bewoners, lokale organisaties en gemeenten met het thema klimaatadaptatie en gezondheid aan de slag kunnen.


Wat is een living lab? In een ‘living lab’ komen inwoners, beleidsmakers, ondernemers, onderzoekers, natuurorganisaties, en andere diverse organisaties en verenigingen samen. Ieder met andere kennis, vaardigheden, motivaties, beleefwerelden en verwachtingen. Het is een plek waar we ons samen gaan buigen over een vraag die moeilijk is – hoe maken we, onder de druk van klimaatverandering, een gezonde leefomgeving op het platteland voor mens, plant en dier? – en waar geen simpel antwoord voor gevonden kan worden. Het is ook een plek waarin we vooral nog niet weten hoe het allemaal moet, maar waar we wel iets bij voelen. We gaan dus experimenteren met de vraag hoe we het platteland gezonder en klimaatbestendiger kunnen maken voor de toekomst. De deelnemers van het living lab in Brabant werken toe naar een expositie die huidige en toekomstige denkbeelden laat zien, een nieuwe manier van werken om als overheden, bedrijven en burgers in actie te komen voor een gezonde leefomgeving – voor mens, plant en dier.


Beelden voor een klimaatbestendige toekomst

Beelden spelen een centrale rol in het living lab, en er is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor illustrator Helmich Jousma. Maar ook het luisteren naar elkaar en naar de zorgen en de hoop van de ander over de leefbaarheid op het platteland en hoe deze geraakt wordt door klimaatverandering. De deelnemers gingen daarom in een tweede bijeenkomst in gesprek over de tekeningen die zij zelf maakten en die betrekking hebben op de huidige denkwerelden over de leefwereld op het platteland. Iedere deelnemer deelde diens eigen perspectief van gezondheid en de invloed daarop van de leefomgeving. Dit hielp om verschillen in visie of verwachtingen te overbruggen.

Vanuit de verschillende losse beelden werkten de betrokkenen vervolgens toe naar een gezamenlijk ‘hoopbeeld’ (via 3D modellering). De kracht daarvan ligt in het feit dat deelnemers vertrouwen op hun handen in plaats van op gebruikelijke manieren van denken, om zo nieuwe inzichten te ontdekken. Dit leverde mooie gesprekken op, en inzichten over ons beeld op het platteland en waar onze pijn zit, maar ook wat deelnemers zouden willen oplossen. Deze denkwerelden zijn prachtig uitgebeeld door Helmich Jousma.

Waarom is omgaan met klimaatverandering zo lastig?

Het gros van de Nederlanders maakt zich zorgen om de veranderingen in ons klimaat. Maar denken over de toekomst is ingewikkeld en soms beangstigend. Ons klimaat verandert langzaam en dit heeft invloed op de natuur en op ons als mensen, bijvoorbeeld fruitbomen die eerder bloeien met gevolgen voor bestuiving en voedsel voor insecten op het juiste moment. Maar het heeft ook direct invloed op de gezondheid van mensen, bijvoorbeeld door extreme hitte maar ook door de zorgen die mensen zich over deze ontwikkelingen maken.

Ondanks onze zorgen ondernemen we– burgers, bedrijven en overheden – maar weinig actie met elkaar. Waarom is dat? Het simpelere antwoord is: onze hersenen zijn niet gemaakt voor dit ‘soort’ grote problemen. Het ingewikkelde antwoord: onze hersenen ontwikkelden zich in een tijd waarin mensen zich grotendeels zorgen maakten over hun directe omgeving (genoeg voedsel) en gevaren (roofdieren). We zijn dus ingesteld op risico’s direct om ons heen. En de meeste gevolgen van klimaatverandering liggen in de toekomst. De lange periode en geleidelijkheid van de veranderingen van het klimaat maakt het voor ons lastig om tot actie over te gaan. Om in zo’n complexe situatie echt impact te hebben is het nodig om krachten te bundelen en die gezamenlijke inzet richting te geven.

Daarvoor is een gedeelde toekomstvisie nodig, voor de nodige focus, en een positieve insteek. In de volgende drie bijeenkomsten gaan de betrokkenen verder met elkaar werken aan hun ideaalwereld op het toekomstige platteland en welke acties ze daarvoor met elkaar willen uitvoeren.

Some like it hot?

Maastricht – 39,5 graden Celsius

30 jaar geleden begon ik aan mijn promotieonderzoek over de gevolgen van klimaatverandering op onze gezondheid. Met een integraal klimaat- en gezondheidsmodel, MIASMA, berekende ik de gevolgen van klimaatverandering op infectieziekten en de sterfte ten gevolge van hittestress. Later, als hoogleraar, begeleidde ik promovendi die keken naar de effecten van klimaatverandering op toerisme en op onze rivieren. Met andere Europese Universiteiten modelleerden we in het begin van deze eeuw de verspreiding van dierenziekten, zoals blauwtong bij schapen. Op veel van onze projecties werden cynisch gereageerd (net zoals op onze projectie (van jaren terug) dat een volgende pandemie weleens een zoönose kon zijn (wij noemden het toen ‘panic virus’)). Helaas zijn de meeste voorspelling uitgekomen. In de toekomst zal het verlies van biodiversiteit nog grotere effecten met zich meebrengen. Daarom wordt het nu tijd om die modellen te gaan weerleggen. Niet door de wetenschap te ontkennen, maar door het Antropoceen achter ons te laten. Met voldoende daadkracht en creativiteit kunnen we nog veel ten goede veranderen. Laten we hopen dat deze voorspelling ook uitkomt.

Nieuw boek: Dierzaamheid

Je kunt ons boek nu kopen bij je lokale boekhandel of online via bijvoorbeeld deze link.

Als er vandaag de dag één modewoord is dat voortdurend overal opduikt is dat wel ‘duurzaamheid’. Bladen staan er vol mee, de media hebben het er steeds over, producten in commercials hebben ’t allemaal. Dat lijkt op het eerste oog goed nieuws voor wie hart heeft voor het welzijn van de levende natuur op onze planeet op de langere termijn. Maar het beeld blijkt iets te rooskleurig. Want niet alleen lokale groenten, afvalscheiding of reizen met de trein zijn duurzaam, we kunnen inmiddels ook duurzaam snoep eten en duurzaam plastic gebruiken. Zelfs fossiele bedrijven afficheren zich (bewust natuurlijk) als duurzaam.  Daarnaast blijken nu ook bepaalde wetenschappen duurzaam, net als gemeenten, boeken, locaties en kleding. Je kunt zelfs duurzaam rijden in een nieuwe SUV. Zo wordt ons verteld.

De serieuzere betogen dat we duurzaamheid in de praktijk moeten brengen. Het gaat dan bijvoorbeeld  over het in stand houden van ons ‘milieu’, het tegengaan van vervuiling, het waar mogelijk herstellen of vergroenen van onze ‘natuur’ en het verkleinen van onze ‘ecologische’ voetafdruk. Dat alles vanuit het idee dat door ons mensen veroorzaakte ontwikkelingen als klimaatverandering ons welzijn en misschien zelfs ons voortbestaan op termijn in gevaar brengen. Groei is prima (want welvaart zonder groei bestaat niet, toch?), zo gaat dan vaak deze redenering, mits het maar ‘groene groei’ is, bij voorkeur aangedreven door technologische innovatie. En o ja, als het kan ook nog met enig oog voor de rest van de levende natuur, inclusief de andere dieren. Het uitgangspunt van dit boek is juist dat andere dieren, hun welzijn en hun relatie met ons mensen geen voetnoot is in het streven naar duurzaamheid, maar een essentieel onderdeel ervan. En dat niet alleen om ecologische, maar bijvoorbeeld ook om ethische redenen. In plannen voor een meer duurzame samenleving hebben dieren vooralsnog echter niet of nauwelijks een rol gespeeld.

We kunnen echter met een andere blik, een nieuw perspectief naar dieren, natuur en milieu kijken. Dat is wat we in dit boek ‘dierzaam’ hebben genoemd. Dat woord is misschien nieuw, maar wie goed kijkt ziet dat het idee al vorm begint te krijgen in allerlei ideeën en initiatieven. We hopen dat dit boek eraan bijdraagt dat dat er snel nog heel veel meer zullen worden.We worden ‘dierzaam’ door zorgzamer om te gaan met onze huisdieren, dierentuinen te hervormen, de oude strijd tegen het zogenaamde ‘ongedierte’ te stoppen en door op een milieuvriendelijke wijze gezonder vee te houden. Het verbeteren van de (rechts)positie van het dier blijkt niet alleen van belang voor de kwetsbare dieren, maar ook voor het milieu en dus voor onze eigen gezondheid. Met tips voor een dierinclusieve samenleving.

Met dank aan Maarten Reesink en Karen Soeters en iedereen die aan het boek heeft bijgedragen.

Oeroude wijsheid voor gloednieuwe tijden

Door Wouter van Noort

“It’s difficult to have a relationship with a family member if you are killing 71 billion of them every year.” Tijd om eens wat beter te luisteren naar niet-westerse culturen, dachten we. Hoe anders is hun verhouding tot dieren en de natuur? Hoe kijken zij tegen de westerse manier van leven aan? En wat kunnen we van hen leren over een duurzame toekomst, zonder te vervallen in valse romantiek?

Hoogleraar duurzame ontwikkeling Pim Martens week af van wetenschappelijk gebaande paden en sprak vertegenwoordigers van inheemse volken uit Midden-Amerika en Afrika, stamoudsten, religieuze leiders en een Groenlandse sjamaan. Via deze link zijn de interviews te zien.

Dieren en planten zien zij niet los van mensen, maar al het leven is onderdeel van een wederzijds afhankelijk web:

“In our tradition we call the animal world the swimming ones, the crawling ones, the walking ones and the flying ones. One cannot exist without the other.”

Dieren doodslaan omdat ze even in de weg zitten, laat staan het industrieel kweken en slachten van dieren is onbegrijpelijk voor ze. En ook het disrespect dat blijkt uit ontbossing en de bioindustrie is voor hun iets wat ze totaal niet snappen.

“In Europe, we don’t see the animals. If we see it, we scare it away. We need the animal world but we are at such a big distance now.”

(Let ook op hoe zij over ons praten in de wij-vorm.)

Maar ze zijn opvallend genoeg nooit vegetarisch. Ze eten vlees, want we zijn onderdeel van het ecosysteem, en daar mag je dus ook van nemen wat je nodig hebt. Maar wel pas nadat je het levende wezen dat je doodt bedankt, en om vergeving vraagt.

Deze mensen verbazen zich over behoorlijk wat aspecten van onze cultuur, maar volgens Pim toch vooral over het feit dat we consequent méér gebruiken dan we nodig hebben. En dat we niet wat meer in contact staan met de rest van de levende wereld juist omdat wij daar zélf ook beter van worden.

“They have another power, the power of the senses. Much more strongly than we. We can communicate with these animals.”

In onze podcast laten we zijn gesprekken met deze mensen horen, indrukwekkend hun stemmen zelf te horen vind ik. Hoe verenigen we hun opvattingen met de onze? Hoe is de huidige levensstandaard te rijmen met zulke ideeën over de natuur?

Luister de hele podcast hier: Oeroude wijsheid voor gloednieuwe tijden.

Met dank aan Jessica Van Der Schalk, Ruben Pest, Gal Tsadok-Hai

KNAW commissie Planetary Health

Vereerd lid te zijn van de KNAW commissie Planetary Health die gaat inventariseren welke wetenschappelijke kennis er nodig is op het gebied van planetary health en welke prioriteiten voor kennisontwikkeling er liggen voor Nederland.

Planetary health is de interdisciplinaire benadering van het verband tussen de gezondheid en welzijn van mens en dier en de ‘gezondheid’ van de aarde. Het gaat daarbij om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit maar bijvoorbeeld ook om grootschalige milieuvervuiling, ontbossing, erosie en andere door de mens veroorzaakte veranderingen die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Die risico’s zijn onder meer infectieziekten, problemen met voedsel- en drinkwatervoorziening, migratie en conflict en mentale gezondheid.

Voor meer informatie zie KNAW website

English

Honored to be a member of the KNAW (The Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences) Planetary Health committee, which will inventorize the scientific knowledge needed in the field of planetary health and the priorities for knowledge development for the Netherlands.

Planetary health is the interdisciplinary approach to the link between the health and well-being of human and non-human animals and the ‘health’ of the earth. This concerns climate change and loss of biodiversity, but also, for example, large-scale environmental pollution, deforestation, erosion and other man-made changes that entail health risks. Those risks include infectious diseases, problems with food and drinking water supplies, migration and conflict, and mental health.

For more information see KNAW website

Hoe heeft COVID-19 dier-mens relaties veranderd?

Het Centrum voor DierMens Studies nodigt je graag uit voor de eindejaarslezing op 23 juni: ‘Hoe heeft COVID-19 dier-mens relaties veranderd?’

Via Zoom bespreken we samen met Pim Martens en Susan Boonman-Berson hoe de coronapandemie mens-dierrelaties zichtbaar maakt, verrijkt, en onder druk zet. 

Niet-menselijke dieren zijn onmisbaar geweest tijdens de pandemie: van de zoönotische oorsprong tot het massaal adopteren van puppies en van dieren die plots de stad in trokken tot recordaantallen deelnemers in de Nationale Vogeltelling. Dieren als gezondheidsrisico, als gezelschap, als gast, als eten; de pandemie dwong ons om te reflecteren op hoe wij ons verhouden tot niet-mensen.

Maar hoe duurzaam is deze reflectie en in hoeverre zullen onze relaties met andere dieren hierdoor veranderen op de lange termijn?

Beide sprekers zullen tijdens de lezing hun inzichten delen op de invloed die corona heeft op mens-dierrelaties waarna er tijd is voor vragen en discussie. 

Wanneer?

Woensdag 23 juni van 19:00-20.30

Hoe?

Meld je via dit formulier aan en je ontvangt de Zoomlink vanzelf in je mailbox.

Wie?

  • Pim Martens is hoogleraar ‘Sustainable Development’ aan de Universiteit Maastricht en is Senior Fellow in het programma ‘Ethics of the Anthropocene’ op de Vrije Universiteit Amsterdam. Buiten zijn academische werk om is hij oprichter van de ‘think and do tank’ AnimalWise waarmee hij wetenschap combineert met activisme om tot een dierzamere samenleving te komen.
  • Susan Boonman-Berson is oprichter van het platform Bear at Work wat staat voor een samenleving waarin mens en wild dier duurzaam en als bondgenoot met elkaar samenleven. Ze is gespecialiseerd in mens-dier conflicten en schreef het boek ‘Living with Wild Animals’  aan de hand van haar promotieonderzoek.

Wij kijken er naar uit om jou woensdag te mogen ontvangen!

Mens-dierrelatie, zoönosen en de recente COVID-19 pandemie

Onze gezondheid is afhankelijk van biodiversiteit. Wij zijn afhankelijk van ecosystemen en de diensten die deze ecosystemen aan ons geven. Gezondheid van dieren, mensen en planten hangt met elkaar samen. Het één kun je niet los zien van het andere. Duurzaamheid en dieren hebben alles met elkaar te maken.

Bekijk hier het interview wat ik onlangs had met de Nicolaas G. Pierson Foundation over mens-dierrelatie, zoönosen en de COVID-19 pandemie.

Circulaire, groene- of blauwe economie? Nee, duurzaamheid sukkel!

Het rapport van de Universiteit van New South Wales (UNSW) in Australië, deze week gepubliceerd in Nature Communications, kopt ‘Wetenschappers waarschuwen voor Overvloed’.  Ze analyseerden eerdere wetenschappelijke studies die de relatie bekeken tussen rijkdom, economie en de impact daarvan op verschillende maatschappelijke fenomenen. Hun conclusie is duidelijk: technologie zal ons een heel eind op weg helpen, maar enkel als we bereid zijn om onze huidige levensstijl en economische systeem verregaand te veranderen.

Het is duidelijke dat de oude manier van economisch denken zijn langste tijd heeft gehad. De grijze economie, gebaseerd op de theorieën van onder andere Milton Friedman met een sterk geloof in de efficiëntie van de private sector en het marktmechanisme, ligt mede ten grondslag aan wereldwijde milieuproblemen als biodiversiteitsverlies en klimaatveranderng. 

Een van de huidige veel genoemde oplossingen is die van een transitie naar een groene economie. De kern van een nieuwe, groene economie is het schoon en veilig produceren en consumeren van goederen, materialen en energie. Een groene economie is circulair, wat betekent dat afval de grondstof vormt voor nieuwe producten. Een groene economie is ‘biobased’, wat wil zeggen dat we geen aardolie meer gebruiken, maar groene grondstoffen op basis van planten en restproducten. Een groene economie is echter een illusie. Als we efficiënter produceren, maar er tegelijkertijd twee keer zoveel van produceren omdat het groei-dogma nog steeds overheerst, is het uiteindelijke plaatje altijd minder duurzaam dan daarvoor. De groene, circulaire economie heeft nu ook nog andere ernstige tekortkomingen: we vragen consumenten om meer te betalen voor in het algemeen minder kwaliteit, en we vragen geldschieters om meer te investeren voor minder rendement – en hopen dat dit in de toekomst verandert. Daarnaast zijn veel van de met dollar of euro tekens in de ogen geïnvesteerde bedragen in duurzame aandelen ook grotendeels verdamp.

Een blauwe economie dan, zoals voorgesteld door Gunter Pauli? Pauli ontwikkelde vanaf eind jaren 90 het idee van een blauwe economie. Geïnspireerd op ecosystemen creëert de blauwe economie door cyclische productie – daar hebben we het weer – uit ‘afval’ voedsel, inkomen en banen. Vergelijkbaar met het ‘cradle-2-cradle’ denken dus.

De kern van zowel de groene- en blauwe economie is dat duurzaamheidsproblemen met innovatieve, technologische verbeteringen kunnen worden opgelost, zonder dat we onze levensstijl drastisch hoeven aan te passen. Er wordt vooral naar oplossingen gezocht in met name de techniek, en niet in bijvoorbeeld de maatschappelijke of culturele hoek, en de associatie met groei, geld verdienen, en een voortzetting van ons consumptie gedrag is duidelijk aanwezig. Ook blijven de gevolgen van groene- of blauwe economische systemen voor transport (demontage en hergebruik van producten leiden tot meer vervoer) en energiegebruik (recycling kost veel energie) daarbij doorgaans onderbelicht.

Dat een groene of blauwe economie leidt tot duurzame uitkomsten staat dus allerminst vast. Hoe afvalstromen zo kunnen worden geleid dat ze precies in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en op de juiste plaats als ‘voedsel’ voor andere processen kunnen dienen, met een gering beroep op transport en energie, is een open vraag. Hetzelfde geldt voor de vraag hoe de bijna inherente groei van de technosfeer kan worden beperkt.

Duidelijk is dat denken in welke economische kleur niet werkt. We moeten af van het denkbeeld dat ‘winst’ automatisch ‘meer geld’ betekent, en dat ‘groei’ alleen ‘economisch’ kan zijn. We moeten beseffen dat we mens en milieu boven winst en kapitaal moeten stellen. Beter zou zijn het gehele economische denken te vervangen door een denkwijze dat de complexiteit van onze huidige maatschappelijke en milieuvraagstukken onder ogen durft te zien. Duurzame ontwikkeling dus.