Category Archives: Gezondheid

Mens-dierrelatie, zoönosen en de recente COVID-19 pandemie

Onze gezondheid is afhankelijk van biodiversiteit. Wij zijn afhankelijk van ecosystemen en de diensten die deze ecosystemen aan ons geven. Gezondheid van dieren, mensen en planten hangt met elkaar samen. Het één kun je niet los zien van het andere. Duurzaamheid en dieren hebben alles met elkaar te maken.

Bekijk hier het interview wat ik onlangs had met de Nicolaas G. Pierson Foundation over mens-dierrelatie, zoönosen en de COVID-19 pandemie.

Maastricht University evening course health and climate change

02 November – 13 November (Daily evening class CET) (2 ECTS)

Register here.

Climate change poses serious challenges for humans around the world. Global warming is perceived as one of the biggest global health risks of the twentieth century which could have a range of effects on human health. Global warming is thought to have an impact on vector-borne disease, water-related disease, heat- and cold- related deaths, allergies, air pollution and malnutrition. The projected increases in extreme climate events such as floods, droughts, and possible intense tropical cyclones could also have wide ranging direct and indirect effects on health. Although the effect of climate change will be experienced worldwide, its impact will not be evenly distributed among people. In low income countries, climate change is believed to further exacerbate existing vulnerability to disease and food security risks, as their populations are, for instance, more reliant on agriculture, more vulnerable to droughts and have a lower adaptive capacity. As climate change can be seen as an amplifier of existing and emerging health risk, it might increase health inequalities and is likely to widen the health gap between rich and poor.

If you’d like to know more about the causes and implications of climate change, then register here for the fall evening edition for this course at Maastricht University before October 15.

Biodiversiteit houdt mensen gezond

Een ecologische benadering van gezondheid

De relatie tussen onze gezondheid en het welzijn van dieren of biodiversiteit is ingewikkeld. Het probleem is dat de huidige gezondheidszorg zich richt op symptoombestrijding. Neem de uitbraak van de Q-koorts enige jaren terug. Deze kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken bij de mens, soms met de dood als gevolg. Reden om tienduizenden drachtige geiten en schapen te laten ruimen. Maar dat is aantoonbaar niet goed voor het welzijn van dieren. En kijk wat er nu met de nertsen gebeurd tijdens de COVID-19 crisis. Een van de oorzaken, onze verstoorde verhouding ten opzichte van dieren (of het nu de intensieve veehouderij hier, of de ‘wetmarkets’ in China zijn), wordt niet of nauwelijks ter discussie gesteld. Terwijl toch algemeen bekend is dat hoe meer dieren je op een oppervlakte bij elkaar brengt, hoe groter de kans is op het uitbreken van infectieziekten.

Gezondheid is een integraal onderdeel van natuurlijke en maatschappelijke systemen en daarmee niet alleen een zaak van artsen, ziekenhuizen en het ministeries van volksgezondheid. Het heeft ook te maken met de voedselproductie, het landbouwsysteem, de leefomgeving en mobiliteit. Gezondheid is de centrale indicator voor hoe we omgaan met de wereld en voor de duurzaamheid van onze economische en ecologische systemen. Als ergens ter wereld de gezondheid van mensen verandert, positief of negatief, weet je dat er daar iets is gewijzigd in de sociale of ecologische omstandigheden.

Het sluit aan bij het principe dat voorkomen beter is dan genezen. Het debat moet dus niet alleen over medische zorg gaan, maar ook over de sociale omstandigheden van mensen, de vergroening van de woonomgeving, de omgang met dieren, de mobiliteit en de kwaliteit van ecosystemen, hier, maar ook elders in de wereld. Het kappen van de regenwouden, de slechte leefomstandigheden in bepaalde delen van de wereld, hebben gevolgen voor de gezondheid hier in Nederland. Dat besef is niet aanwezig.

Voor onze gezondheid is het van belang dat de panda blijft bestaan?

De relatie tussen biodiversiteit en gezondheid is complex. Tropische bossen die lucht zuiveren en ecosystemen die water zuiveren zijn duidelijk van belang voor onze gezondheid. Tropische bossen zitten ook vol met, vaak nog onontdekte, medicinale planten. Bij voedsel is de relatie al minder eenduidig. Grootschalige ontginning van landbouwgebied is niet goed voor de biodiversiteit terwijl meer en kwalitatief hoogwaardig voedsel wel weer goed is voor de volksgezondheid. Een ander complex voorbeeld zijn infectieziekten. Een betere afvoer van de moerassen in het Grote Merengebied van Noord-Amerika elimineerde malariamuggen, maar het verlies van deze moerassen leidde er ook toe dat mensen hun bestaansmiddelen kwijtraakten. Dit had weer negatieve gevolgen voor de gezondheid. Kortom, we weten dat er gevolgen zijn als je gaat sleutelen aan ecosystemen. Maar de relatie is niet altijd eenduidig.

Een lastig verhaal voor politiek Den Haag

Dit is te complex voor de politiek. Je kunt niet zeggen: zoveel hectare minder tropisch bos leidt tot zoveel meer zieken en dus zoveel extra kosten. Maar wellicht kun je het omdraaien, gezondheid is altijd een goede ingang voor elke discussie omdat het iedereen aangaat, jezelf, je kinderen, je naasten. Door te beseffen dat een goede relatie met dieren en het in stand houden van onze biodiversiteit essentieel is voor een goede gezondheid, gaat men wellicht het belang hiervan inzien.

Onze welvaart en economische groei leidt tot degradatie van ecosystemen, en dit is schadelijk voor onze gezondheid

Er zijn echter ook gebieden, zoals Nederland, waar de biodiversiteit is afgenomen en de natuurlijke bossen vrijwel zijn verdwenen, maar de levensverwachting hoog is. Tegenargument is dat dit ten dele ten koste is gegaan van de biodiversiteit en levensverwachting in andere delen van de wereld.

Onze gezondheid gaat ten koste van de gezondheid van mensen elders

Technologie en de beschikbaarheid van medicijnen spelen natuurlijk ook een belangrijke rol. Maar daar moet het debat niet alleen over gaan. We moeten gaan beseffen dat ecosystemen en de dieren hierin  voor onze gezondheid heel belangrijk zijn.

Zie ook Down to Earth

Vergeleken met klimaatverandering is covid-19 een lachertje

Cartoon van Raf Schoenmaekers.

“We hebben hier al tientallen jaren voor gewaarschuwd”

Covid-19, de derde uitbraak van een coronavirus in 20 jaar, was niet bepaald onvoorspelbaar. Hoogleraar Pim Martens, die wetenschappelijke kennis en dierenrechtenactivisme probeert te combineren, legt uit hoe zoönosen, besmettelijke ziektes die van dieren op mensen kunnen overspringen, de complexe onderlinge samenhang aan het licht brengen tussen ons welzijn en hoe we met dieren omgaan.

“Het was vreemd – ik had geen idee. Zelfs toen de eerste rapporten verschenen, was ik er vrij zeker van dat ze het beperkt zouden weten te houden tot de provincie…” Hoogleraar Sustainable Development Pim Martens was eind vorig jaar in China op uitnodiging van Bingtao Su, zijn voormalige PhD-student bij de Universiteit Maastricht. Als gastdocent gaf hij twee weken lang colleges aan de Shandong Universiteit en de Chinese Academie van Wetenschappen.

Onder zijn leiding had Su de Chinese visie op dierenwelzijn bestudeerd, in vergelijking met Nederland en Japan. Door middel van enquêtes hadden ze data verzameld over factoren als leeftijd, geslacht en religie in relatie tot de opvattingen over dieren. Hij begeleidt nu ook PhD- en MSc-studenten die soortgelijk onderzoek doen in Indonesië en Spanje.

Chinese opvattingen over dieren

“Duurzaamheid is ondervertegenwoordigd in de Chinese wetenschap, maar ze halen graag expertise in huis, vooral geïntegreerde visies op interdisciplinaire duurzaamheidswetenschap.” Duurzame relaties tussen dieren en mensen liggen in China enigszins gevoelig: behalve dat het om enorme bedragen gaat, bestaat het geloof in de medicinale krachten van de organen van zeldzame dieren nog altijd, en ligt terughoudendheid met betrekking tot openlijke kritiek in de cultuur besloten.

“China is een gigantisch en zeer divers land, dus het is moeilijk om te generaliseren – dat is ook iets dat uit het onderzoek naar voren kwam. Het klopt dat ze veel meer verschillende dieren eten dan wij, hoewel je ook kunt beweren hoe verrassend weinig dieren we in West-Europa eten…” Hoe het ook zij, velen vermoeden dat de wet markets, waar veel verschillende soorten dieren dicht bij elkaar gehouden worden, de oorsprong zijn van covid-19.

Vlees, melk en grondstoffen

Steeds meer dieren zitten dicht op elkaar gepakt in onhygiënische of juist uiterst hygiënische (antibiotica, enz.) omstandigheden, om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar dierlijke proteïnen in de dichtbevolkte steden. Vanwege de behoefte aan ruimte en grondstoffen worden de woongebieden van dieren, zoals regenwouden, steeds verder aangetast, wat omgekeerd tot effect heeft dat meer mensen in contact komen met meer exotische diersoorten. Tel daar het intensieve internationale reizen – van zowel mens als dier – bij op en voilà: prima omstandigheden voor zoönose.

Het overspringen van ziektes van dieren op mensen is natuurlijk niet helemaal te voorkomen. “Het gaat om waarschijnlijkheid. Als we allemaal veganistische dierenrechtenactivisten zouden zijn, zou er zich nog steeds een zoönotische pandemie kunnen voordoen, maar de kans daarop zou oneindig veel kleiner zijn.” Covid-19 kwam ook niet uit de lucht vallen. “Wetenschappers zitten al tientallen jaren te wachten tot dit gebeurt – het was altijd een kwestie van wanneer, niet van of.” In de afgelopen 20 jaar zijn er verschillende zoönotische epidemieën geweest; bij enkele daarvan ging het om corona.

Zoönose dichter bij huis

Volgens Martens is een West-Europese bron van een zoönotische ziekte ook niet ondenkbaar. Neem bijvoorbeeld Nederland, een dichtbevolkt land met een intensieve veesector met grote aantallen dieren: iedere dag worden er meer dan 1,5 miljoen dieren geslacht, nadat ze een leven lang op elkaars lip hebben gezeten. De bevolking is binnen de landsgrenzen zeer mobiel en Schiphol is een van de drukste luchthavens van Europa.

Martens brengt de uitbraak van de Q-koorts in 2007 in herinnering, een tamelijk zeldzame maar verwoestende ziekte, die van vee kan overgaan op mensen. De Nederlandse autoriteiten hadden moeite met het tegengaan en het monitoren van de ziekte. Het aantal slachtoffers, dat oorspronkelijk op 25 lag, wordt inmiddels geschat op tegen de 100. De verspreiding van Q-koorts werd uiteindelijk beperkt door massale ruiming (voor de duidelijkheid: van geiten en schapen) en door de ontwikkeling van een vaccin voor dieren.

Meer respect voor de natuur

“De oplossing ligt in meer respect voor de natuur: stoppen met de veehouderij op industriële schaal, ontbossing, wet markets, enzovoorts. Dat zou ook de aanpak van de klimaatverandering ten goede komen – vergeleken bij de gevolgen daarvan is covid-19 een lachertje.” Martens’ eigen bijdrage aan de wetenschap – samen met vele andere internationale wetenschappers – is het bestuderen van de complexe interacties tussen mensen, dieren en de natuur, onder andere door het ontwikkelen van wiskundige methodes om de verspreiding van zoönosen te simuleren. Maar hij hoopt ook dat hij zijn steentje kan bijdragen aan mentaliteitsverandering.

Het deed hem zeker goed om te zien hoeveel studenten zijn colleges in China bijwoonden en hoe geïnteresseerd en goed geïnformeerd ze zijn. “Je kunt zien dat er een culturele verandering gaan is onder jonge, goed opgeleide mensen in stedelijke gebieden.” Samen met Su wil hij nu het originele onderzoek herhalen om uit te zoeken of de uitbraak van covid-19 de opvattingen over dierenwelzijn in China zijn veranderd.

Dat moet toch haast wel? Martens heeft zijn twijfels, gelet op het publieke en politieke discours. “Natuurlijk, economisch herstel is heel belangrijk, maar ik hoop echt dat we niet in no time terugvallen in de oude patronen, zonder het onderliggende probleem gefikst te hebben.” Met een zucht voegt hij eraan toe: “Als we niks geleerd hebben van deze pandemie, dan misschien van de volgende…”

Door: Florian Raith. Zie origineel bericht op UMnieuws.

Beestenboel en Bessensap

Beestenboel

In het Maastricht’s Academisch Ziekenhuis MUMC+ wordt in samenwerking met de kinderboerderij De Heeg, een programma uitgevoerd (project Beestenboel) waarin verschillende dieren onder supervisie in een speciale ruimte door kinderen uit het ziekenhuis kunnen worden bezocht en geknuffeld.

Het is een plezierige en ontspannende ontmoeting voor de kinderen en de kinderen en hun ouders genieten daar erg van. Het programma, dat uitgevoerd wordt door professionals en vrijwilligers, biedt uitstekende mogelijkheden om te onderzoeken welke effecten het bezoek van de dieren oplevert voor de kinderen volgens ouders, artsen en andere betrokkenen. Lees hier ook over ‘Meer pootjes aan het bed’.

Bessensap

In bovenstaand filmpje – een pitch voor NWO’s Bessensap 2020 – vertel ik meer over de manier waarop jonge patiënten op diervriendelijke manieren in aanraking komen met fysieke én virtuele (huis-)dieren. Zo kunnen we onderzoeken of dit een positieve invloed heeft op het welzijn en herstel van zieke kinderen. De verdere realisatie van deze ‘beestachtige’ beleefruimte is ook onderdeel van een Crowdfunding campagne van het Universiteitsfonds Limburg/SWOL. Alhoewel – door de corona crisis – dit project even gepauzeerd is, beginnen we weer zo snel als het kan. De realisatie van deze ‘beestachtige’ beleefruimte is alleen mogelijk met uw steun. Doet u mee? 

Te weinig oog voor ziektes door klimaatverandering

Origineel bericht op undefined

De eikenprocessierups is in aantocht, maar volgens hoogleraar duurzame ontwikkeling Pim Martens is dat niet het enige insect waar we dankzij klimaatverandering de komende jaren last van zullen hebben. En het blijft niet bij insecten. Martens: “Klimaatverandering brengt meer gezondheidsrisico’s met zich mee. Daar hebben we te weinig oog voor.”

Hoe kan het dat er steeds meer vreemde insecten in Nederland voorkomen?

“Door de opwarming van de aarde zijn onze zomers warmer en onze winters milder. Daardoor kunnen insecten die hier vroeger niet voorkwamen ineens in Nederland overleven. Dat kunnen ‘onschuldige’ nieuwe vlindersoorten zijn, maar het kunnen ook insecten zijn die een gezondheidsrisico vormen, zoals de eikenprocessierups die voor veel jeuk zorgt. Of de tijgermug en de superteek.”

“Er zijn ongeveer tien ziektes die een tijgermug potentieel kan overbrengen, zoals zika, knokkelkoorts (dengue) en gele koorts. En de superteek kan ziektes overbrengen zoals krim-congokoorts. Gelukkig zijn de superteken die momenteel in Nederland zijn gespot daar niet mee besmet. En nog niemand in Nederland is ziek geworden van de beet van de tijgermug, maar het zou wel kúnnen dat besmette insecten zich in Nederland vestigen.”

Klimaatverandering brengt volgens u ook andere gezondheidsrisico’s met zich mee. Welke?

“Het zijn niet alleen insecten die een gezondheidsrisico vormen. De opwarming van de aarde verlengt bijvoorbeeld ook het pollenseizoen. Wie gevoelig is voor allergieën zoals hooikoorts, krijgt daar langer last van.”

“De klimaateffecten op gezondheid hebben altijd relatief weinig aandacht gehad, terwijl we zeker nu zien hoe bijvoorbeeld een infectieziekte een samenleving kan lamleggen.”

Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling

“We staan ook te weinig stil bij de effecten van onze klimaatmaatregelen. Klimaatverandering zorgt bijvoorbeeld voor meer wateroverlast. Om die op te vangen, leggen we waterbuffers aan. Maar daarbij denken we niet na over insecten zoals muggen die op water afkomen. Die kunnen verspreiders van ziekten zijn.”

Zoals malaria?

“De kans dat malaria uitbreekt in Nederland is erg klein. De muggen die het kunnen overbrengen, hebben we allang. Voor een uitbraak moet eerst een aanzienlijk aantal mensen besmet zijn. Andere, onbekende ziektes kunnen wél verspreid worden door muggen of andere insecten.”

“De kans dat zoiets gebeurt, wordt steeds groter. Niet alleen door muggen trouwens. Ook de kans op een uitbraak van een infectieziekte onder vee zoals blauwtong wordt groter.”

Waarom groeit die kans?

“Door een combinatie van factoren die op elkaar inspelen. Het wordt warmer én we vliegen meer. Het klimaat verandert én we laten onze biodiversiteit verpieteren. We hebben te weinig oog voor de risico’s van ons waterbeleid én er zijn muggen, vogels en andere dieren die een infectie kunnen verspreiden. Alles hangt met elkaar samen.”

Kunnen we gezondheidsproblemen in de toekomst voorkomen?

“We moeten integraler en duurzamer gaan denken. Geen eiken kappen als we last hebben van de eikenprocessierups bijvoorbeeld, maar denken vanuit biodiversiteit. Zet liever koolmezen in. De rups heeft vrij spel, omdat hij haast geen natuurlijke vijanden meer heeft.”

Hyperdisease

March 12th, 2020

From a book chapter in 2015, but more relevant than ever with the current coronavirus crisis:

In a globalising world, we see with an increasing demand for meat and animal products an unprecedented transport of these products within and between countries. Unfortunately, the transport of animal meat and fodder entails also the transport of animal- and human diseases. Major epidemic livestock diseases, including e.g. bovine plague, bovine spongiform encephalopathy, foot-and-mouth disease, contagious caprine pleuropneumonia, and rift valley fever, often migrate or spread across borders with the transport of ‘animal proteins’, cause major losses and emergencies, and can pose threats to human health. In the past, such damage has on occasions been catastrophic, leading to famines and sometimes triggering trade restrictions. These transboundary diseases are among the most contagious and place a serious burden on the economies of the countries in which they occur.
The reasons for this increasing risk are complex, but the main contributing factors have been identified as follows :

  1. alteration of the environment affecting the size and distribution of certain animal species, vectors, and transmitters of infectious agents of humans;
  2. increasing human populations favouring an increased level of contact between humans and infected/affected animals
  3.  industrialization of foods of animal origin; changes in food processing and consumer nutritional habits; and,
  4. increasing movements of people as well as trade of animals and animal products and decreasing activities for the surveillance and control of major zoonoses.

As the trade of animal products and the movements of people become more intense, the risks of introduction/reintroduction of certain diseases in a country increase. It is very likely, in view of the foreseeable global changes over the next few decades (e.g., population growth, urbanization, and climatic changes), that this trend will continue and even increase. Human disease patterns will be affected by high densities and movements of human populations within and between countries and changes in lifestyles; animal disease patterns will be affected by changing land-use patterns, new farming practices, displacement of animals, and environmental contamination.

Until now, as described above, the number of fatalities has remained relatively low. However, the question seems to be shifting from ‘Will there be a pandemic’ to ‘When will it occur?’. An even more pertinent question is what a future pandemic will entail. Will the number of victims be limited or will it be an extremely contagious, lethal disease, so grave that it may be deemed a ‘hyperdisease’?

The ‘hyperdisease hypothesis’ was developed by Ross MacPhee and Preston Marx. They assert that extremely contagious and fatal infectious diseases were decisive elements to the extinction of various animal species in regions such as North America. These hyperdiseases are not completely new diseases, but diseases that have ‘jumped’ from one spe-cies to another. Examples from the past underline that (viral) infectious diseases regularly jump from animals to humans. Increasing contact between people and (domesticated) animals, and increasing contacts between people among themselves (due to factors such as growing populations and increased mobility) command us to take these kinds of extreme scenarios seriously.

See here for the full Chapter from the book: Meat, The Future: How Cutting Meat Consumption Can Feed Billions More (2015)

Klimaatverandering: Te weinig oog voor gezondheidsrisico’s

October 2nd, 2019

Er komen meer beestjes aan waar we last van krijgen. Mensen met problemen aan de luchtwegen zullen in de zomer vaker naar adem snakken. Wie gevoelig is voor allergieën, krijgt over langere periodes klachten. Door hitte moeten mensen oppassen met bepaalde medicijnen en zorgvuldiger omgaan met voedsel. Meer mensen zullen sterven, vooral kwetsbare mensen. Maar ook het risico op een wereldwijde infectieziekte wordt groter en die kan ons allemaal treffen.

Interview RadarLimburg

Dit is geen bangmakerij, maar de werkelijkheid, weet prof. Pim Martens, milieugezondheidsdeskundige aan de Universiteit van Maastricht. Samen met onderzoekers van de universiteit Wageningen en het RIVM, schreef hij mee aan de Kennisagenda Klimaat en Gezondheid. Daarin pleiten wetenschappers voor meer samenhangend onderzoek en meer aandacht voor de effecten van maatregelen. Want overal gebeurt wat, maar de samenhang is vaak ver te zoeken. Simpel voorbeeld: Meer groen in de stad betekent ook meer teken. Staan we daar bij stil of laten we ons verrassen?

Geen interesse

De snelheid waarmee het klimaat verandert, is groot. Voor een aantal planten en dieren gaat het veel te snel. En de mens? Voor het eerst in zijn leven heeft Martens deze zomer zijn tuin gesproeid. In de kelder staat sinds enkele jaren een pomp paraat om bij wateroverlast de kelder leeg te pompen. De mens past zich aan, maar het gaat altijd ten koste van wat anders, zegt Martens. En dáár moeten we over nadenken, vindt hij. Dat gebeurt in zijn ogen veel te weinig. Ook in het klimaatakkoord komt gezondheid maar ‘matig’ voor. ‘’Dat verbaast me. Het gaat ons allemaal direct aan.’’

Martens doet onderzoek naar de effecten van de klimaatverandering op onze gezondheid. Geen onderzoeksgebied waar veel mensen aan werken. Ruim twintig jaar geleden is hij gepromoveerd op klimaat en gezondheid. Het was een nog onontgonnen gebied. ‘’Hooguit vijf mensen in de wereld waren er mee bezig’’. Martens boog zich toen vooral over infectieziekten in Afrika, waarvoor hij computersimulatiemodellen maakte. ‘’Er was totaal geen interesse voor in Nederland. Daarvoor was het allemaal te ver weg. In 2000 reageerden mensen laatdunkend op berichten over de blauwtongziekte, maar enkele jaren later was het zover. De komst van de tijgermug is in de jaren negentig ook al aangekondigd.’’

Ziektes

Niet dat hij en zijn vakgenoten alles hebben voorzien. De reuzenteek zagen ze niet aankomen en de opmars van de eikenprocessierups evenmin. Niettemin is zijn werk soms ‘een beetje frustrerend’. Lange tijd ging alle aandacht uit naar de betekenis van klimaatverandering op de zeespiegel en de landbouw. Naarmate infectieziekten (zoals Q-koorts) dichterbij kwamen, groeide de belangstelling voor de effecten op de gezondheid, maar er wordt volgens Martens nog steeds veel te weinig nagedacht. Een voorbeeld. ‘’Omdat we naast droogte ook wateroverlast verwachten door korte heftige periodes van regen, zijn er veel waterbuffers aangelegd om water vast te houden. Daar komen allerlei insecten op af en die kunnen verspreiders zijn van ziekten. Daar wordt niet over nagedacht.’’

Risico’s groter

Het is niet enkel de klimaatverandering die ons welbevinden raakt, het is een combinatie van factoren die op elkaar inspelen: het wordt warmer én we vliegen meer, én we hebben héél veel varkens, geiten en kippen in stallen gestopt én er zijn muggen, vogels en wilde zwijnen die een infectie kunnen verspreiden. Het risico op een uitbraak van het één of ander wordt daarmee steeds groter. ‘’Als er een grote epidemie uitbreekt, zou je het luchtverkeer in de hele wereld moeten stilleggen.’’

Martens ziet te veel symptoombestrijding in Nederland. Wateroverlast? Buffers aanleggen. Een opmars van de eikenprocessierups? Bomen kappen! Jeuk? Neem een pilletje. ‘’Mensen willen er meteen vanaf. Met jeuk begrijp ik dat. Maar kap niet meteen eikenbomen maar probeer het evenwicht te herstellen. Bijvoorbeeld door koolmezen aan te trekken die de rupsen eten. Redeneer bij maatregelen vanuit het ecosysteem, dan ben je integraal bezig.’’

Er is volgens hem meer voorlichting nodig voor burgers, zodat die flexibel leren omgaan met de veranderingen. Zeker ook in Limburg, die als meest zuidelijke provincie vaak als eerste heeft te maken met ‘nieuwe’ dieren.

Dwarsverbanden

Martens pleit voor meer samenhang en creativiteit. Die komen niet goed van de grond als de klimaatverandering alleen vanuit disciplines wordt benaderd. Specialisten zijn heel belangrijk en broodnodig, maar daarnaast zijn er generalisten nodig die dwarsverbanden zien. ‘’Ik moest indertijd ook leuren met mijn onderzoek. Het ministerie van Milieu zei dat het thuishoorde bij Volksgezondheid, maar dat verwees mij weer terug naar Milieu.’’

Er lijkt hoop. Martens doceerde afgelopen schooljaar samen met zijn collega Maud Huynen voor het eerst het vak klimaatverandering. Honderdtwintig studenten schreven zich in. Volgeboekt.