Category Archives: Dierzaamheid

Biodiversiteit houdt mensen gezond

Een ecologische benadering van gezondheid

De relatie tussen onze gezondheid en het welzijn van dieren of biodiversiteit is ingewikkeld. Het probleem is dat de huidige gezondheidszorg zich richt op symptoombestrijding. Neem de uitbraak van de Q-koorts enige jaren terug. Deze kan ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken bij de mens, soms met de dood als gevolg. Reden om tienduizenden drachtige geiten en schapen te laten ruimen. Maar dat is aantoonbaar niet goed voor het welzijn van dieren. En kijk wat er nu met de nertsen gebeurd tijdens de COVID-19 crisis. Een van de oorzaken, onze verstoorde verhouding ten opzichte van dieren (of het nu de intensieve veehouderij hier, of de ‘wetmarkets’ in China zijn), wordt niet of nauwelijks ter discussie gesteld. Terwijl toch algemeen bekend is dat hoe meer dieren je op een oppervlakte bij elkaar brengt, hoe groter de kans is op het uitbreken van infectieziekten.

Gezondheid is een integraal onderdeel van natuurlijke en maatschappelijke systemen en daarmee niet alleen een zaak van artsen, ziekenhuizen en het ministeries van volksgezondheid. Het heeft ook te maken met de voedselproductie, het landbouwsysteem, de leefomgeving en mobiliteit. Gezondheid is de centrale indicator voor hoe we omgaan met de wereld en voor de duurzaamheid van onze economische en ecologische systemen. Als ergens ter wereld de gezondheid van mensen verandert, positief of negatief, weet je dat er daar iets is gewijzigd in de sociale of ecologische omstandigheden.

Het sluit aan bij het principe dat voorkomen beter is dan genezen. Het debat moet dus niet alleen over medische zorg gaan, maar ook over de sociale omstandigheden van mensen, de vergroening van de woonomgeving, de omgang met dieren, de mobiliteit en de kwaliteit van ecosystemen, hier, maar ook elders in de wereld. Het kappen van de regenwouden, de slechte leefomstandigheden in bepaalde delen van de wereld, hebben gevolgen voor de gezondheid hier in Nederland. Dat besef is niet aanwezig.

Voor onze gezondheid is het van belang dat de panda blijft bestaan?

De relatie tussen biodiversiteit en gezondheid is complex. Tropische bossen die lucht zuiveren en ecosystemen die water zuiveren zijn duidelijk van belang voor onze gezondheid. Tropische bossen zitten ook vol met, vaak nog onontdekte, medicinale planten. Bij voedsel is de relatie al minder eenduidig. Grootschalige ontginning van landbouwgebied is niet goed voor de biodiversiteit terwijl meer en kwalitatief hoogwaardig voedsel wel weer goed is voor de volksgezondheid. Een ander complex voorbeeld zijn infectieziekten. Een betere afvoer van de moerassen in het Grote Merengebied van Noord-Amerika elimineerde malariamuggen, maar het verlies van deze moerassen leidde er ook toe dat mensen hun bestaansmiddelen kwijtraakten. Dit had weer negatieve gevolgen voor de gezondheid. Kortom, we weten dat er gevolgen zijn als je gaat sleutelen aan ecosystemen. Maar de relatie is niet altijd eenduidig.

Een lastig verhaal voor politiek Den Haag

Dit is te complex voor de politiek. Je kunt niet zeggen: zoveel hectare minder tropisch bos leidt tot zoveel meer zieken en dus zoveel extra kosten. Maar wellicht kun je het omdraaien, gezondheid is altijd een goede ingang voor elke discussie omdat het iedereen aangaat, jezelf, je kinderen, je naasten. Door te beseffen dat een goede relatie met dieren en het in stand houden van onze biodiversiteit essentieel is voor een goede gezondheid, gaat men wellicht het belang hiervan inzien.

Onze welvaart en economische groei leidt tot degradatie van ecosystemen, en dit is schadelijk voor onze gezondheid

Er zijn echter ook gebieden, zoals Nederland, waar de biodiversiteit is afgenomen en de natuurlijke bossen vrijwel zijn verdwenen, maar de levensverwachting hoog is. Tegenargument is dat dit ten dele ten koste is gegaan van de biodiversiteit en levensverwachting in andere delen van de wereld.

Onze gezondheid gaat ten koste van de gezondheid van mensen elders

Technologie en de beschikbaarheid van medicijnen spelen natuurlijk ook een belangrijke rol. Maar daar moet het debat niet alleen over gaan. We moeten gaan beseffen dat ecosystemen en de dieren hierin  voor onze gezondheid heel belangrijk zijn.

Zie ook Down to Earth

Wat moeten dierentuinen doen om te overleven?

Interview en uitzending door EenVandaag:

Uitzending EenVandaag 24-7-2020

Het is een nachtmerriescenario, maar het kan zomaar gebeuren: dierentuinen die door de coronacrisis moeten sluiten. Want 27 van de ruim 30 dierentuinen in Nederland hebben het financieel erg zwaar, zegt de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen.

Mocht het misgaan, dan heeft dat gevolgen voor een groot aantal dieren. “In totaal hebben we het over zo’n 1000 diersoorten en 100.000 dieren in Nederlandse dierentuinen”, zegt Lisette de Ruigh van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen (NVD). En daarom hebben ze bij het ministerie van Landbouw aangeklopt voor een noodpakket van 110 miljoen euro. Want door de lockdown en de bijhorende maatregelen leiden de dierentuinen een gezamenlijk verlies van 150 miljoen euro.

De noodklok luiden

Zware tijden voor Diergaarde Blijdorp. Financieel gaat het door corona erg slecht. Het Rotterdamse park is niet alleen: bijna alle dierentuinen in ons land staan op omvallen. Directeur Erik Zevenbergen doet wat hij kan, maar weet niet of het genoeg is.

Zoo Veldhoven luidde de noodklok al eerder. “Als dierenpark ben je afhankelijk van het hoogseizoen”, vertelt eigenaar Richard Loomans. “Juist dan moet je namelijk je inkomsten halen voor de rest van het jaar.” Het besluit van de overheid om dierenparken te sluiten kwam dan ook als een donderslag bij heldere hemel. “Het is makkelijk gezegd, maar al onze rekeningen moeten in die weken wel betaald worden.”

Invloed van corona

De dierentuinen die de impact van corona het snelst merken, zijn de dierentuinen zonder winstoogmerk, oftewel de stichtingen. “Elke euro die wordt verdiend wordt weer terug in het park gestopt”, vertelt Lisette de Ruigh. Deze parken hebben nauwelijks reserves, denk bijvoorbeeld aan Diergaarde Blijdorp in Rotterdam.

En Blijdorp is niet de enige. Ook Apenheul, Wildlands Zoo en Ouwehands dierenpark vertelden dit jaar ook te maken te hebben met een miljoenenverlies en maken zich daarom grote zorgen over de toekomst van hun park. Een woordvoerder van Apenheul vertelt dat zij maar maar 60 procent van de normale omzet draaien. “Dat is een verlies van 3 tot 4 miljoen dit jaar.”

Meer dan een dagje uit

Sinds Richard Loomans de papegaaienopvang in Veldhoven zeven jaar geleden overnam na een faillissement heeft hij er veel tijd en geld gestopt. Hij wist toen nog niet dat hij jaren later wéér in een crisissituatie terecht zou komen. “We hebben nieuwe volières gebouwd, maar ook andere dieren verwelkomt en van de papegaaienopvang een volwaardige zoo gemaakt.”

Pim Martens, hoogleraar duurzame mens-dierrelaties, kan goed begrijpen dat veel parken zich gaan heroriënteren. “Al helemaal na zo’n crisis”, zegt hij hierover. Naast een leuk dagje uit hebben ze bijvoorbeeld ook een voorlichtingsfunctie, zorgen ze voor educatie, streven ze naar behoud van diersoorten en doen ze wetenschappelijk onderzoek. “Maar sommige dierentuinen hebben ook een commerciële insteek. Dat kan wel eens op gespannen voet staan.”

Te veel amusement

“Het businessmodel van een dierentuin is vandaag de dag ontzettend moeilijk,” vertelt Martens. “Er moet een adventure- of dinopark bij om winstgevend te zijn en te kunnen rondkomen. Daardoor wordt een dierentuin te veel amusement, dat zou niet het hoofddoel moeten zijn.”

Volgens Lisette de Ruigh is dat hoofddoel nog altijd mensen bewust maken, inspireren en stimuleren om zorgen voor de natuur te hebben. In dierentuinen word je namelijk ondergedompeld in de natuur. “Mensen kunnen zich bewust worden van hun eigen rol in deze wereld. Wij dragen gewoon bij aan het behoud van natuur.”

Spagaat

Een dierentuin belandt daardoor al gauw in een soort spagaat. Dieren in een klein hokje zorgen er wél voor dat er onderzoek gedaan kan worden en zo dieren in het wild te kunnen helpen. Een zo goed mogelijke situatie voor het dier met zoveel mogelijk ruimte is vaak het doel. “Maar geef je ze te veel ruimte, dan ziet de bezoeker geen enkel dier meer,” merkt Martens op. “Terwijl je juist zoveel mogelijk bezoekers wil trekken, om die inkomsten vervolgens weer aan het dier te kunnen besteden.”

“Je wilt aan voorlichting doen, dat kost geld. Maar je wilt ook de dieren optimaal verzorgen”, zegt Martens. “Al die spanningen zijn er in elke dierentuin.”

Weinig compensatie

“Van de overheid krijgen we weinig compensatie”, zegt Loomans van Zoo Veldhoven. “Eenmalig 4000 euro voor een heel park. Als kleine zelfstandige, kan je daar wel 2 maanden van vooruit. Maar met een dierentuin en 25 man personeel, kunnen we onze dieren net een week voeren.”

In Nederland zijn 65 dierentuinvergunningen. Naast instellingen die dieren opvangen zoals Stichting Aap, zijn er ongeveer 30 échte dierenparken. “70 procent hiervan heeft echt flinke verliezen geleden”, laat de NVD weten. “Zonder overheidshulp gaan we het gewoon niet redden.”

Kantoorpersoneel knipt de kaartjes

De grote dierentuinen zijn 365 dagen per jaar open. “Maar vanaf april nemen ze personeel in dienst en begint het seizoen écht. Nu moesten de dierentuinen half maart dicht, terwijl de contracten met het personeel al waren afgesloten. De helft van de mensen was ineens niet meer nodig.”

“Omdat het eerste steunpakket van de overheid is gebaseerd op de maand maart, de maand waarin je nog minder mensen in dienst hebt, ontvang je uiteindelijk ook minder dan je eigenlijk nodig hebt.” Om zoveel mogelijk personeelskosten te besparen wordt in Blijdorp nu kantoorpersoneel ingezet om kaartjes te knippen.

Seizoensgebonden bedrijven

Voor een tweede steunpakket is als basis de gemiddelde omzet over 2019 genomen, vertelt De Ruigh. Oftewel de zomer- en wintermaanden verdelen over 12 maanden.

Het tweede steunpakket geldt voor de maanden juni, juli en augustus, de topmaanden, die zelfs met een dagbezetting van maximaal 40 procent van de capaciteit, een hogere maandomzet geven dan de gemiddelde omzet per maand in 2019. Hierdoor krijgen seizoensgebonden bedrijven, zoals dierentuinen bijna geen subsidie.

Gevolgen

Waar de bezoekersaantallen laag blijven, gaat de zorg voor de dieren wel door. Voor de dieren is het een ramp dat dierenparken in zwaar weer zitten. “Als dit echt lang blijft duren, ben ik bang dat de kosten gepaard gaan met het verzorgen van de dieren”, vertelt Martens. Ook Loomans van Zoo Veldhoven maakt zich zorgen. “Als de papegaaien moeten worden losgelaten hebben ze geen enkele kans om te overleven.”

In het najaar wordt duidelijk welk welke parken het eerst de nasleep van het virus gaan merken. De ministeries van Landbouw en Economische Zaken zijn op de hoogte van de situatie bij Nederlandse dierentuinen. Afgesproken is dat er op korte termijn een gesprek is met de dierentuinen, waarbij alle hierbij betrokken partijen worden uitgenodigd. De schade van de crisis blijft volgens De Ruigh nog een langere tijd zichtbaar. “Het gaat nog jaren duren om hiervan te herstellen.”

arbij alle hierbij betrokken partijen worden uitgenodigd. De schade van de crisis blijft volgens De Ruigh nog een langere tijd zichtbaar. “Het gaat nog jaren duren om hiervan te herstellen.”

Vergeleken met klimaatverandering is covid-19 een lachertje

Cartoon van Raf Schoenmaekers.

“We hebben hier al tientallen jaren voor gewaarschuwd”

Covid-19, de derde uitbraak van een coronavirus in 20 jaar, was niet bepaald onvoorspelbaar. Hoogleraar Pim Martens, die wetenschappelijke kennis en dierenrechtenactivisme probeert te combineren, legt uit hoe zoönosen, besmettelijke ziektes die van dieren op mensen kunnen overspringen, de complexe onderlinge samenhang aan het licht brengen tussen ons welzijn en hoe we met dieren omgaan.

“Het was vreemd – ik had geen idee. Zelfs toen de eerste rapporten verschenen, was ik er vrij zeker van dat ze het beperkt zouden weten te houden tot de provincie…” Hoogleraar Sustainable Development Pim Martens was eind vorig jaar in China op uitnodiging van Bingtao Su, zijn voormalige PhD-student bij de Universiteit Maastricht. Als gastdocent gaf hij twee weken lang colleges aan de Shandong Universiteit en de Chinese Academie van Wetenschappen.

Onder zijn leiding had Su de Chinese visie op dierenwelzijn bestudeerd, in vergelijking met Nederland en Japan. Door middel van enquêtes hadden ze data verzameld over factoren als leeftijd, geslacht en religie in relatie tot de opvattingen over dieren. Hij begeleidt nu ook PhD- en MSc-studenten die soortgelijk onderzoek doen in Indonesië en Spanje.

Chinese opvattingen over dieren

“Duurzaamheid is ondervertegenwoordigd in de Chinese wetenschap, maar ze halen graag expertise in huis, vooral geïntegreerde visies op interdisciplinaire duurzaamheidswetenschap.” Duurzame relaties tussen dieren en mensen liggen in China enigszins gevoelig: behalve dat het om enorme bedragen gaat, bestaat het geloof in de medicinale krachten van de organen van zeldzame dieren nog altijd, en ligt terughoudendheid met betrekking tot openlijke kritiek in de cultuur besloten.

“China is een gigantisch en zeer divers land, dus het is moeilijk om te generaliseren – dat is ook iets dat uit het onderzoek naar voren kwam. Het klopt dat ze veel meer verschillende dieren eten dan wij, hoewel je ook kunt beweren hoe verrassend weinig dieren we in West-Europa eten…” Hoe het ook zij, velen vermoeden dat de wet markets, waar veel verschillende soorten dieren dicht bij elkaar gehouden worden, de oorsprong zijn van covid-19.

Vlees, melk en grondstoffen

Steeds meer dieren zitten dicht op elkaar gepakt in onhygiënische of juist uiterst hygiënische (antibiotica, enz.) omstandigheden, om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar dierlijke proteïnen in de dichtbevolkte steden. Vanwege de behoefte aan ruimte en grondstoffen worden de woongebieden van dieren, zoals regenwouden, steeds verder aangetast, wat omgekeerd tot effect heeft dat meer mensen in contact komen met meer exotische diersoorten. Tel daar het intensieve internationale reizen – van zowel mens als dier – bij op en voilà: prima omstandigheden voor zoönose.

Het overspringen van ziektes van dieren op mensen is natuurlijk niet helemaal te voorkomen. “Het gaat om waarschijnlijkheid. Als we allemaal veganistische dierenrechtenactivisten zouden zijn, zou er zich nog steeds een zoönotische pandemie kunnen voordoen, maar de kans daarop zou oneindig veel kleiner zijn.” Covid-19 kwam ook niet uit de lucht vallen. “Wetenschappers zitten al tientallen jaren te wachten tot dit gebeurt – het was altijd een kwestie van wanneer, niet van of.” In de afgelopen 20 jaar zijn er verschillende zoönotische epidemieën geweest; bij enkele daarvan ging het om corona.

Zoönose dichter bij huis

Volgens Martens is een West-Europese bron van een zoönotische ziekte ook niet ondenkbaar. Neem bijvoorbeeld Nederland, een dichtbevolkt land met een intensieve veesector met grote aantallen dieren: iedere dag worden er meer dan 1,5 miljoen dieren geslacht, nadat ze een leven lang op elkaars lip hebben gezeten. De bevolking is binnen de landsgrenzen zeer mobiel en Schiphol is een van de drukste luchthavens van Europa.

Martens brengt de uitbraak van de Q-koorts in 2007 in herinnering, een tamelijk zeldzame maar verwoestende ziekte, die van vee kan overgaan op mensen. De Nederlandse autoriteiten hadden moeite met het tegengaan en het monitoren van de ziekte. Het aantal slachtoffers, dat oorspronkelijk op 25 lag, wordt inmiddels geschat op tegen de 100. De verspreiding van Q-koorts werd uiteindelijk beperkt door massale ruiming (voor de duidelijkheid: van geiten en schapen) en door de ontwikkeling van een vaccin voor dieren.

Meer respect voor de natuur

“De oplossing ligt in meer respect voor de natuur: stoppen met de veehouderij op industriële schaal, ontbossing, wet markets, enzovoorts. Dat zou ook de aanpak van de klimaatverandering ten goede komen – vergeleken bij de gevolgen daarvan is covid-19 een lachertje.” Martens’ eigen bijdrage aan de wetenschap – samen met vele andere internationale wetenschappers – is het bestuderen van de complexe interacties tussen mensen, dieren en de natuur, onder andere door het ontwikkelen van wiskundige methodes om de verspreiding van zoönosen te simuleren. Maar hij hoopt ook dat hij zijn steentje kan bijdragen aan mentaliteitsverandering.

Het deed hem zeker goed om te zien hoeveel studenten zijn colleges in China bijwoonden en hoe geïnteresseerd en goed geïnformeerd ze zijn. “Je kunt zien dat er een culturele verandering gaan is onder jonge, goed opgeleide mensen in stedelijke gebieden.” Samen met Su wil hij nu het originele onderzoek herhalen om uit te zoeken of de uitbraak van covid-19 de opvattingen over dierenwelzijn in China zijn veranderd.

Dat moet toch haast wel? Martens heeft zijn twijfels, gelet op het publieke en politieke discours. “Natuurlijk, economisch herstel is heel belangrijk, maar ik hoop echt dat we niet in no time terugvallen in de oude patronen, zonder het onderliggende probleem gefikst te hebben.” Met een zucht voegt hij eraan toe: “Als we niks geleerd hebben van deze pandemie, dan misschien van de volgende…”

Door: Florian Raith. Zie origineel bericht op UMnieuws.

Voer moet duurzamer

March 25th, 2020

Zie ook Nederlands Dagblad

MAASTRICHT – Er zijn zoveel honden en katten in de wereld dat we ze niet meer kunnen voeden met slachtafval en dierlijke resten die mensen niet eten, zoals pens, neuzen en oren. Productie van honden- en kattenvoer draagt ook bij aan de belasting van het milieu en de verandering van het klimaat. Gebruik van plantaardige grondstoffen en insecten kan een oplossing zijn, denkt Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling (in het bijzonder mens-dier-natuur relaties) aan Maastricht University

Uit onderzoek blijkt dat voor de productie van voer voor de honden en katten in Nederland een grondoppervlakte nodig is die vergelijkbaar is met veertig procent van de landbouwgrond in ons land. ,,We weten het niet precies, dus ik houd een slag om de arm. Maar het illustreert wel hoeveel het is’’, aldus Martens. Een dergelijke oppervlakte is nodig om voldoende voer te produceren voor de koeien, varkens en kippen die uiteindelijk worden verwerkt tot honden- en kattenvoer. De ecologische pootafdruk van een Nederlandse hond varieert volgens deze berekening van 0,9 tot 3,66 hectare per jaar, afhankelijk van de grootte van het dier. Voor katten komt dit neer op 0,4 tot 0,67 hectare.

Ook in andere landen is onderzoek gedaan naar het ruimtebeslag van huisdieren. ,,We hebben gevraagd hoe vaak de dieren op een dag te eten kregen, hoeveel en of ze daarbij ook nog restjes kregen van de maaltijd van de baas.’’ Vroeger at de hond met de pot mee, tegenwoordig is dat in het Westen niet erg gebruikelijk meer, maar op het platteland van China nog wel. ,,We hebben geprobeerd dat zo goed mogelijk in te schatten en in de berekeningen mee te nemen.’’ Voor Japan komt de ecologische pootafdruk voor honden en katten neer op 0,33 tot 2,19 hectare voor de hond en 0,32 tot 0,56 hectare voor de kat. Voor China is dat respectievelijk 0,82 tot 4,19 voor de hond en 0,36 en 0,63 hectare voor de kat. In deze landen worden kleinere huisdieren gehouden of is een enorm verschil tussen de dieren op het platteland, die uitsluitend kliekjes eten, en de dieren in de steden die behandeld én gevoed worden als verwende kinderen.

Nog wat concreter: de energieconsumptie van honden en katten in de VS is min of meer gelijk aan een vijfde van de energie die mensen er gebruiken voor hun voeding.

Groei

Gezien de groei van de wereldbevolking en de nog steeds stijgende welvaart, verwacht Martens dat het aantal honden en katten – in 2014 nog geschat op zo’n 220 miljoen elk – verder toeneemt en daarmee ook de behoefte aan voer. ,,Als we die dieren allemaal blijven voeren zoals nu gebeurt, legt dat een steeds groter beslag op de beschikbare ruimte en neemt vanwege de uitstoot van broeikasgassen het negatieve effect op het klimaat toe.’’ Een hond eet zoveel vlees dat zijn ecologische pootafdruk tien keer zo hoog is als de ecologische voetafdruk van de mens. Tenminste, wat betreft zijn voeding. ,,Mensen rijden in auto’s, ze vliegen en gebruiken energie voor allerlei zaken. Dat laten we buiten beschouwing, we kijken alleen naar het voedsel’’, nuanceert Martens.

Dierenvoeder moet milieuvriendelijker worden geproduceerd, maar dat is geen eenvoudige klus. Net zo als voor de mens, is het voor de hond mogelijk het grootste deel van het voer vegetarisch te maken. Voor katten ligt dat anders, dat zijn ‘verplichte carnivoren’. Zij hebben een andere fysiologie en maken bepaalde voor hun gezondheid noodzakelijke aminozuren niet zelf aan. ,,Net zoals wij geen vitamine C aanmaken, maar wel vitamine D’’, illustreert Martens. Katten moeten domweg dierlijke eiwit eten om die stoffen binnen te krijgen. Het is echter niet noodzakelijk dat een kat rund- of varkensvlees eet: kip of vis scheelt al.

Ook zou het beter zijn als de baasjes in de rijke landen wat nauwkeuriger kijken hoeveel ze hun huisdier te eten geven. Overgewicht is namelijk geen exclusief menselijk probleem. Ook veel huisdieren zijn te dik en het zou niet alleen hun gezondheid, maar ook het milieu ten goede komen als ze minder zouden eten. ,,Daar is winst te behalen’’, aldus de hoogleraar. ,,Mensen beseffen niet altijd dat ze hun hond drie keer per dag wat lekkers toestoppen, terwijl hij dat niet nodig heeft.’’

Ethisch

Menig vegetariër zal toejuichen dat er minder vlees wordt gebruikt voor het voer van gezelschapsdieren. Het gebruik van insecten om dierenvoer te produceren ziet Martens als een mogelijk alternatief. ,,Al levert het ook een ethisch probleem op, want tenslotte zijn insecten ook dieren.’’

sociaal smeermiddel

Martens, die zelf een kat heeft, is er niet op uit het houden van huisdieren te ontmoedigen. Er zitten ten slotte ook voordelen aan: ,,Huisdieren zijn een sociaal smeermiddel een ook wel een vervanging van wat anders, soms van kinderen en soms zelfs van religie.’’ Dierenliefhebbers zijn dikwijls wat socialer dan anderen.

Toch denkt hij ook na over mogelijkheden om de milieubelasting door honden en katten terug te dringen. Natuurlijk moeten mensen hondenpoep opruimen om te voorkomen dat die het oppervlaktewater vervuilt. Maar gezinnen zouden ook een hond kunnen delen bijvoorbeeld. In dat geval hebben meer mensen plezier aan het beest en belast het milieu en klimaat minder. Overheden zouden zelfs beperkingen op kunnen leggen aan het bezit van honden en katten. ,,Je kunt je best afvragen waarom iemand vijf labradors zou moeten willen of twintig katten op een flat. Dit laatste nog los van de vraag hoe het staat met het dierenwelzijn.’’

Ethics of the Anthropocene

March 5th, 2020

IVM and the Faculty of Religion and Theology announce Pim Martens as 2020 Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene

See also here

Professor Pim Martens from Maastricht University, The Netherlands, has been appointed as Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene Program for 2020. Pim Martens holds the Chair Sustainable Development at the Maastricht Sustainability Institute (MSI), Maastricht University. Professor Martens’s project will focus on religion and animals in the Anthropocene. His term at Vrije Universiteit Amsterdam will run from March to December 2020.

The Ethics of the Anthropocene Fellowship is a collaborative initiative of the Institute for Environmental Studies (IVM) and the Faculty of Theology. It is intended to foster research projects at the interface of ethics, religion and global environmental change. Annual fellowships are awarded alternately to an established Senior scholar and to two or three promising PhD candidates who are in the process of specializing in this burgeoning field.

About the Fellowship
The novel concept of an ‘Anthropocene’ has been proposed to denote the present epoch in planetary history, following up the earlier Holocene, as a new geological era now largely defined by the extent and direction of human activities with a profound global impact on the earth’s ecosystems. Importantly, the concept of an ‘Anthropocene’ places humankind fully at the centre of planetary evolution, as the main driving force on planet earth. These conceptual developments, however, raise fundamental normative questions with profound relevance for religion and ethics and for the principles that will guide the governance of the earth system. To study these important questions, VU Amsterdam has installed a special programme for senior and junior researchers, the VU Fellowship in the Ethics of the Anthropocene.

About the 2020 project: Religion and animals in the Anthropocene
Our dominant current socio-economic and political systems have become decoupled from the larger ecology of life. Our relationship with our natural environment and the animals within has changed dramatically over time. This fellowship will explore pathways to investigate religious orientation, ethical ideologies and their relation toward animal attitudes. Furthermore, by learning from indigenous cultures we can start to see out of which changes our mechanistic worldviews emerged. The fellowship might even go one step further – with a sufficiently open definition of religion – and include the study of proto-religions or ritual behaviour in animals as well.

About the Fellow
Pim Martens has a PhD in applied mathematics and holds the chair ‘Sustainable Development’ at Maastricht University. Prof. Martens is a project leader and principal investigator of several projects related to sustainable development and sustainability science in the context of e.g. human-animal relationships, climate change and health, and co-chairs the interfaculty and interdisciplinary UM Platform on Human and Non-Human Relations, and Interactions (HARI). Dr Martens has been a research professor at ETH Zürich, Switzerland, Leverhulme professor at Aberystwyth University, Wales, and visiting scholar at the London School of Hygiene and Tropical Medicine (UK), Harvard University (USA), Heidelberg University, (Germany), ETH Zürich (Switzerland), Aberystwyth University (Wales), and Leuphana University Lüneburg (Germany). Finally, Pim Martens is founder of AnimalWise, a ‘think and do tank’ integrating scientific knowledge and animal advocacy to bring about sustainable change in our relationship with animals.

Hebben dieren emoties?

Wat doen onze huisdieren?

February 1st, 2020

Waarom spinnen katten? Spiegelen honden onze emoties? Houden papegaaien van kroelen? We zochten in de wetenschap naar een antwoord op het mysterieuze gedrag van onze huisdieren. Bekijk de drie video’s op de site van de Nationale Wetenschapsagenda en kom meer te weten over onze huisdieren en hoe we weten waarom ze doen wat ze doen.

Een kwispelende hond die tegen je op springt als je ‘s avonds thuiskomt. Je kent het vast wel. Maar kunnen dieren eigenlijk echt blij zijn? Heeft een hond emoties, en spiegelt hij ook jouw emoties? Anne-Ro stelde de vraag over haar hond Coco. Kijk de video beneden voor het antwoord van Pim Martens, professor ‘Dierzaamheid’ in Maastricht.

Blauwe tongen, tijgermuggen, reuzenteken en processierupsen

July 24th, 2019

Onlangs vonden onderzoekers sporen van antrax-bacteriën onder de permafrost in Siberië – een warmer wordend klimaat kan deze wellicht doen vrijkomen. Wat dichter bij huis, maar wat langer geleden: op een workshop georganiseerd door de Universiteit van Wageningen en de Universiteit Maastricht in 2003 presenteerde een groep onderzoekers uit Liverpool een studie naar de mogelijke veranderingen van de verspreiding van het blauwtong virus (een virusziekte, verspreidt door een klein insect (een knut) bij schapen) als het klimaat zou veranderen. Op dat moment kwam de ziekte m.n. in Zuid-Europa voor. Op basis van modeluitkomsten verwachtten de onderzoekers dat er een kans aanwezig zou zijn dat het ook meer noordelijk, o.a. in Nederland, zou kunnen gaan voorkomen. Door de aanwezig beleidsmakers werd er toen een beetje lacherig over gedaan. In 2006 werd de ziekte bij een bedrijf met schapen in Kerkrade vastgesteld.

In 1997 promoveerde ik op de mogelijke gevolgen van een klimaatverandering op de verspreiding van infectieziekten zoals malaria en knokkelkoorts. Een van de mogelijke risico’s die mijn modellen toen aangaven was de dat tijgermug (verantwoordelijk voor de verspreiding van o.a. knokkelkoorts en het zika-virus) door een veranderd klimaat een groter verspreidingsgebied zouden kunnen krijgen. De mug rukt nu op vanuit Zuidoost-Azië naar Europa en – zoals 22 jaar geleden al aangeven – is de kans groot dat de mug overleeft en zich permanent vestigt in Nederland. Deze zomer is weer een tijgermug (in Weert) gevonden.

Deze toename in verspreiding van deze twee – door insecten overgebrachte – ziekten in dier en mens is door onderzoekers ‘voorspeld’ (tussen aanhalingstekens, omdat we natuurlijk niet alle factoren die een ziekte verspreiden precies in kaart kunnen brengen). Maar er zijn ook ziekten die door het klimaat beïnvloedt worden, die we een aantal jaar geleden nauwelijks op ons netvlies hadden. In Duitsland, vlak bij de Nederlandse grens, zijn de afgelopen dagen zeker zes hyalomma-teken gevonden. Die zijn drie keer zo groot als normale teken en kunnen gevaarlijke ziektes overbrengen. En deze week werd deze teek ook in Nederland gesignaleerd. En in Nederland zuchten vele mensen onder de gevolgen van de toename van het aantal eikenprocessierupsen.

Als onderzoeker kan je alleen maar hopen dat de pogingen om het complexe samenspel van klimaat, ziekten en vele andere factoren in kaart te brengen wat serieuzer genomen worden door de politiek en andere instanties. Wellicht dat het onlangs door de Universiteit Maastricht, Universiteit van Wageningen en RIVM geschreven ‘’Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid’’ nu wel leidt tot actie. Niet alleen om de vele vragen die er nog zijn te beantwoorden, maar ook om effecten, in samenspraak met GGD’s, burgers en andere partijen – op een geïntegreerde manier aan te pakken. Want je moet er toch niet aan denken dat we onvoorbereid voor nog meer verassingen komen te staan.

Proefdieren passen niet bij een duurzame universiteit

April 4th, 2019

Proefdieren passen niet bij een duurzame universiteit

Observant

In 2021 zal in Randwijck een nieuwe proefdiervoorziening worden geopend van de Universiteit Maastricht, het biomedisch centrum (BMC). Vorige week werd de bouwvergunning aangevraagd. Onbegrijpelijk, vindt Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de UM. Dieren hebben emoties, voelen net als mensen angst en verdriet. Hoe onethisch is het om ze te gebruiken als proefdier?

Elke universiteit die zichzelf een beetje respecteert, noemt zich tegenwoordig ‘duurzaam’. Ook de Universiteit Maastricht doet haar best om zo duurzaam mogelijk te zijn, respectvol om te gaan met haar medewerkers en kritisch te zijn over de gevolgen die haar handelen voor het milieu heeft. Ook onze studenten roeren zich. Tijden de klimaatmars in Maastricht waren ze met velen en lieten hun zorgen over hoe er met de natuur wordt omgegaan luid en duidelijk horen.

Respect voor de natuur in zijn algemeenheid en respect voor dieren hangen met elkaar samen. Gandhi zei het al: ‘De beschaving van een volk is te meten aan het respect waarmee ze met hun dieren omgaan’. Duurzaamheid draait dus om de vraag hoe begaan mensen zijn met de wereld waarin, en de dieren waarmee ze leven. Dierzaamheid dus. Onze universiteit houdt zich echter niet veel bezig met dierenwelzijn. Een paradox want aan de ene kant wordt er geroepen “laten we meer vegan lunches eten”, en aan de andere kant “dierproeven zijn noodzakelijk”. Alhoewel het proefdiergebruik in Nederland gestaag vermindert – ook aan de UM overigens –  en de Nederlandse overheid het proefdieronderzoek wil afbouwen, gaat de UM een nieuw proefdierencentrum van vier etages bouwen. Ik kon het dan ook niet laten om te twitteren: “Kan je als CvB nog zoveel vegan lunches eten, en als Universiteit roepen dat je duurzamer wilt worden, als @MaastrichtU investeert in een centrum voor dierproeven, houdt het op.” Een toelichting.

Een soort automaten

Zoals het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) al eerder adviseerde, is het voor de transitie naar proefdiervrij-onderzoek nodig afscheid te nemen van bestaande denkwijzen en praktijken. NCad maakt zich dus sterk voor een paradigmaverandering dat inzet op proefdiervrije innovaties. Voor het wettelijk voorgeschreven onderzoek (o.a. verplichte veiligheidstesten voor chemische stoffen, voedselingrediënten, bestrijdingsmiddelen en (dier)geneesmiddelen), ziet het NCad mogelijkheden om het proefdiergebruik sterk te verminderen. Ook voor wetenschappelijk- en preklinisch onderzoek kan het aantal proefdieren sterk gereduceerd worden. De Universiteit Maastricht, als jonge dynamische universiteit, is volgens mij uitstekend in staat om zich internationaal te profileren als toonaangevend op het gebied van proefdiervrije innovaties, onderzoek en onderwijs. Zaak is dat er veel actiever en sneller moeten worden ingezet op een proefdiervrije toekomst dan nu het geval is; de investeringen in een nieuw gebouw zullen de transitie naar proefdiervrij onderzoek eerder remmen. Tot zover de ‘zakelijke’ argumenten.

Een veel belangrijker argument om het gebruik van proefdieren sterk te verminderen, en zelfs helemaal te stoppen, is het feit dat steeds meer modern wetenschappelijk onderzoek, zoals de neuropsychologie, aantoont dat dieren, net als wij, emoties hebben, en op een vergelijkbare manier angst en verdriet voelen.  We zitten echter nog deels met een erfenis van de Franse wiskundige, geleerde en wijsgeer René Descartes (1596-1650) die stelde dat je dieren zou kunnen beschouwen als een soort automaten, zonder gevoel. Als een dier gilt wanneer je er een mes insteekt, is de kreet het instinct en het geluid dat van een machine.

Antropo-ontkenning

Maar we zijn wijzer geworden. Allerlei eigenschappen die als typisch menselijk worden beschouwd, komen ook in het dierenrijk voor. Zelfherkenning is bij mensapen, dolfijnen, olifanten en zelfs een kraaiachtige aangetoond. Empathie, het je kunnen verplaatsen in de gevoelens van een ander, is diverse zoogdieren niet vreemd, soms zelfs soort overschrijdend. Frans de Waal, de eerste Eugène Dubois-hoogleraar aan onze universiteit, beschreef al in 1979 in Burgers’ Dierenpark dat ook chimpansees elkaar troosten. Later werd dit gedrag ook waargenomen bij onder meer olifanten, honden en knaagdieren. Iedereen die een kat of hond als huisdier heeft, zal ook bepaalde emoties in zijn huisdier herkennen. Zodra je in het gevoelsleven van dieren duikt en ziet hoe intelligent ze zijn, hoezeer zij op ons lijken, dan weet je dat dieren gebruiken als proefdieren onethisch is.

We leven echter in een tijd van antropo-ontkenning, een vrije vertaling van wat Frans de Waal “anthropodenial” noemt: wij, mensen, gebruiken dieren als voedsel, voor kleding, voor amusement, en ook in onze proefdierlaboratoria. Om dit op comfortabele wijze te kunnen doen, moeten we onszelf wijsmaken dat dieren niet dezelfde gevoelens kunnen hebben als die van ons.

De discussie zal dus verder moeten gaan dan de drie V’s (vervangen, verminderen en verfijnen) in onderzoek waarvoor proefdieren nodig zijn. Het heeft te maken met moraliteit, speciesisme (discriminatie op basis van soort), rechtvaardigheid, gedrag. Alhoewel er tot nu toe weinig aandacht is voor onderzoek en onderwijs voor mens-dier interactie aan onze universiteit, laat de belangstelling voor het nieuwe interfacultaire en interdisciplinaire UM-platform over menselijke en niet-menselijke relaties en interacties, HARI, zien dat dit onderwerp breed onder staf en studenten leeft.

Duurzaam betekent innovatief zijn. En keuzes durven te maken die laten zien dat je je sterk maakt voor goede relaties en respect tussen iedereen, ongeacht levens- of geloofsovertuiging, geaardheid, afkomst, sekse, genderoriëntatie – of soort. Als de ambitie is om met onderwijs en onderzoek voorop te lopen, dan is het bouwen van een proefdiercentrum een volgende stap op de duurzaamheidsladder – naar beneden welteverstaan.