Category Archives: Klimaatverandering

KNAW commissie Planetary Health

Vereerd lid te zijn van de KNAW commissie Planetary Health die gaat inventariseren welke wetenschappelijke kennis er nodig is op het gebied van planetary health en welke prioriteiten voor kennisontwikkeling er liggen voor Nederland.

Planetary health is de interdisciplinaire benadering van het verband tussen de gezondheid en welzijn van mens en dier en de ‘gezondheid’ van de aarde. Het gaat daarbij om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit maar bijvoorbeeld ook om grootschalige milieuvervuiling, ontbossing, erosie en andere door de mens veroorzaakte veranderingen die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Die risico’s zijn onder meer infectieziekten, problemen met voedsel- en drinkwatervoorziening, migratie en conflict en mentale gezondheid.

Voor meer informatie zie KNAW website

English

Honored to be a member of the KNAW (The Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences) Planetary Health committee, which will inventorize the scientific knowledge needed in the field of planetary health and the priorities for knowledge development for the Netherlands.

Planetary health is the interdisciplinary approach to the link between the health and well-being of human and non-human animals and the ‘health’ of the earth. This concerns climate change and loss of biodiversity, but also, for example, large-scale environmental pollution, deforestation, erosion and other man-made changes that entail health risks. Those risks include infectious diseases, problems with food and drinking water supplies, migration and conflict, and mental health.

For more information see KNAW website

Mens-dierrelatie, zoönosen en de recente COVID-19 pandemie

Onze gezondheid is afhankelijk van biodiversiteit. Wij zijn afhankelijk van ecosystemen en de diensten die deze ecosystemen aan ons geven. Gezondheid van dieren, mensen en planten hangt met elkaar samen. Het één kun je niet los zien van het andere. Duurzaamheid en dieren hebben alles met elkaar te maken.

Bekijk hier het interview wat ik onlangs had met de Nicolaas G. Pierson Foundation over mens-dierrelatie, zoönosen en de COVID-19 pandemie.

Maastricht University evening course health and climate change

02 November – 13 November (Daily evening class CET) (2 ECTS)

Register here.

Climate change poses serious challenges for humans around the world. Global warming is perceived as one of the biggest global health risks of the twentieth century which could have a range of effects on human health. Global warming is thought to have an impact on vector-borne disease, water-related disease, heat- and cold- related deaths, allergies, air pollution and malnutrition. The projected increases in extreme climate events such as floods, droughts, and possible intense tropical cyclones could also have wide ranging direct and indirect effects on health. Although the effect of climate change will be experienced worldwide, its impact will not be evenly distributed among people. In low income countries, climate change is believed to further exacerbate existing vulnerability to disease and food security risks, as their populations are, for instance, more reliant on agriculture, more vulnerable to droughts and have a lower adaptive capacity. As climate change can be seen as an amplifier of existing and emerging health risk, it might increase health inequalities and is likely to widen the health gap between rich and poor.

If you’d like to know more about the causes and implications of climate change, then register here for the fall evening edition for this course at Maastricht University before October 15.

Circulaire, groene- of blauwe economie? Nee, duurzaamheid sukkel!

Het rapport van de Universiteit van New South Wales (UNSW) in Australië, deze week gepubliceerd in Nature Communications, kopt ‘Wetenschappers waarschuwen voor Overvloed’.  Ze analyseerden eerdere wetenschappelijke studies die de relatie bekeken tussen rijkdom, economie en de impact daarvan op verschillende maatschappelijke fenomenen. Hun conclusie is duidelijk: technologie zal ons een heel eind op weg helpen, maar enkel als we bereid zijn om onze huidige levensstijl en economische systeem verregaand te veranderen.

Het is duidelijke dat de oude manier van economisch denken zijn langste tijd heeft gehad. De grijze economie, gebaseerd op de theorieën van onder andere Milton Friedman met een sterk geloof in de efficiëntie van de private sector en het marktmechanisme, ligt mede ten grondslag aan wereldwijde milieuproblemen als biodiversiteitsverlies en klimaatveranderng. 

Een van de huidige veel genoemde oplossingen is die van een transitie naar een groene economie. De kern van een nieuwe, groene economie is het schoon en veilig produceren en consumeren van goederen, materialen en energie. Een groene economie is circulair, wat betekent dat afval de grondstof vormt voor nieuwe producten. Een groene economie is ‘biobased’, wat wil zeggen dat we geen aardolie meer gebruiken, maar groene grondstoffen op basis van planten en restproducten. Een groene economie is echter een illusie. Als we efficiënter produceren, maar er tegelijkertijd twee keer zoveel van produceren omdat het groei-dogma nog steeds overheerst, is het uiteindelijke plaatje altijd minder duurzaam dan daarvoor. De groene, circulaire economie heeft nu ook nog andere ernstige tekortkomingen: we vragen consumenten om meer te betalen voor in het algemeen minder kwaliteit, en we vragen geldschieters om meer te investeren voor minder rendement – en hopen dat dit in de toekomst verandert. Daarnaast zijn veel van de met dollar of euro tekens in de ogen geïnvesteerde bedragen in duurzame aandelen ook grotendeels verdamp.

Een blauwe economie dan, zoals voorgesteld door Gunter Pauli? Pauli ontwikkelde vanaf eind jaren 90 het idee van een blauwe economie. Geïnspireerd op ecosystemen creëert de blauwe economie door cyclische productie – daar hebben we het weer – uit ‘afval’ voedsel, inkomen en banen. Vergelijkbaar met het ‘cradle-2-cradle’ denken dus.

De kern van zowel de groene- en blauwe economie is dat duurzaamheidsproblemen met innovatieve, technologische verbeteringen kunnen worden opgelost, zonder dat we onze levensstijl drastisch hoeven aan te passen. Er wordt vooral naar oplossingen gezocht in met name de techniek, en niet in bijvoorbeeld de maatschappelijke of culturele hoek, en de associatie met groei, geld verdienen, en een voortzetting van ons consumptie gedrag is duidelijk aanwezig. Ook blijven de gevolgen van groene- of blauwe economische systemen voor transport (demontage en hergebruik van producten leiden tot meer vervoer) en energiegebruik (recycling kost veel energie) daarbij doorgaans onderbelicht.

Dat een groene of blauwe economie leidt tot duurzame uitkomsten staat dus allerminst vast. Hoe afvalstromen zo kunnen worden geleid dat ze precies in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en op de juiste plaats als ‘voedsel’ voor andere processen kunnen dienen, met een gering beroep op transport en energie, is een open vraag. Hetzelfde geldt voor de vraag hoe de bijna inherente groei van de technosfeer kan worden beperkt.

Duidelijk is dat denken in welke economische kleur niet werkt. We moeten af van het denkbeeld dat ‘winst’ automatisch ‘meer geld’ betekent, en dat ‘groei’ alleen ‘economisch’ kan zijn. We moeten beseffen dat we mens en milieu boven winst en kapitaal moeten stellen. Beter zou zijn het gehele economische denken te vervangen door een denkwijze dat de complexiteit van onze huidige maatschappelijke en milieuvraagstukken onder ogen durft te zien. Duurzame ontwikkeling dus.

Vergeleken met klimaatverandering is covid-19 een lachertje

Cartoon van Raf Schoenmaekers.

“We hebben hier al tientallen jaren voor gewaarschuwd”

Covid-19, de derde uitbraak van een coronavirus in 20 jaar, was niet bepaald onvoorspelbaar. Hoogleraar Pim Martens, die wetenschappelijke kennis en dierenrechtenactivisme probeert te combineren, legt uit hoe zoönosen, besmettelijke ziektes die van dieren op mensen kunnen overspringen, de complexe onderlinge samenhang aan het licht brengen tussen ons welzijn en hoe we met dieren omgaan.

“Het was vreemd – ik had geen idee. Zelfs toen de eerste rapporten verschenen, was ik er vrij zeker van dat ze het beperkt zouden weten te houden tot de provincie…” Hoogleraar Sustainable Development Pim Martens was eind vorig jaar in China op uitnodiging van Bingtao Su, zijn voormalige PhD-student bij de Universiteit Maastricht. Als gastdocent gaf hij twee weken lang colleges aan de Shandong Universiteit en de Chinese Academie van Wetenschappen.

Onder zijn leiding had Su de Chinese visie op dierenwelzijn bestudeerd, in vergelijking met Nederland en Japan. Door middel van enquêtes hadden ze data verzameld over factoren als leeftijd, geslacht en religie in relatie tot de opvattingen over dieren. Hij begeleidt nu ook PhD- en MSc-studenten die soortgelijk onderzoek doen in Indonesië en Spanje.

Chinese opvattingen over dieren

“Duurzaamheid is ondervertegenwoordigd in de Chinese wetenschap, maar ze halen graag expertise in huis, vooral geïntegreerde visies op interdisciplinaire duurzaamheidswetenschap.” Duurzame relaties tussen dieren en mensen liggen in China enigszins gevoelig: behalve dat het om enorme bedragen gaat, bestaat het geloof in de medicinale krachten van de organen van zeldzame dieren nog altijd, en ligt terughoudendheid met betrekking tot openlijke kritiek in de cultuur besloten.

“China is een gigantisch en zeer divers land, dus het is moeilijk om te generaliseren – dat is ook iets dat uit het onderzoek naar voren kwam. Het klopt dat ze veel meer verschillende dieren eten dan wij, hoewel je ook kunt beweren hoe verrassend weinig dieren we in West-Europa eten…” Hoe het ook zij, velen vermoeden dat de wet markets, waar veel verschillende soorten dieren dicht bij elkaar gehouden worden, de oorsprong zijn van covid-19.

Vlees, melk en grondstoffen

Steeds meer dieren zitten dicht op elkaar gepakt in onhygiënische of juist uiterst hygiënische (antibiotica, enz.) omstandigheden, om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar dierlijke proteïnen in de dichtbevolkte steden. Vanwege de behoefte aan ruimte en grondstoffen worden de woongebieden van dieren, zoals regenwouden, steeds verder aangetast, wat omgekeerd tot effect heeft dat meer mensen in contact komen met meer exotische diersoorten. Tel daar het intensieve internationale reizen – van zowel mens als dier – bij op en voilà: prima omstandigheden voor zoönose.

Het overspringen van ziektes van dieren op mensen is natuurlijk niet helemaal te voorkomen. “Het gaat om waarschijnlijkheid. Als we allemaal veganistische dierenrechtenactivisten zouden zijn, zou er zich nog steeds een zoönotische pandemie kunnen voordoen, maar de kans daarop zou oneindig veel kleiner zijn.” Covid-19 kwam ook niet uit de lucht vallen. “Wetenschappers zitten al tientallen jaren te wachten tot dit gebeurt – het was altijd een kwestie van wanneer, niet van of.” In de afgelopen 20 jaar zijn er verschillende zoönotische epidemieën geweest; bij enkele daarvan ging het om corona.

Zoönose dichter bij huis

Volgens Martens is een West-Europese bron van een zoönotische ziekte ook niet ondenkbaar. Neem bijvoorbeeld Nederland, een dichtbevolkt land met een intensieve veesector met grote aantallen dieren: iedere dag worden er meer dan 1,5 miljoen dieren geslacht, nadat ze een leven lang op elkaars lip hebben gezeten. De bevolking is binnen de landsgrenzen zeer mobiel en Schiphol is een van de drukste luchthavens van Europa.

Martens brengt de uitbraak van de Q-koorts in 2007 in herinnering, een tamelijk zeldzame maar verwoestende ziekte, die van vee kan overgaan op mensen. De Nederlandse autoriteiten hadden moeite met het tegengaan en het monitoren van de ziekte. Het aantal slachtoffers, dat oorspronkelijk op 25 lag, wordt inmiddels geschat op tegen de 100. De verspreiding van Q-koorts werd uiteindelijk beperkt door massale ruiming (voor de duidelijkheid: van geiten en schapen) en door de ontwikkeling van een vaccin voor dieren.

Meer respect voor de natuur

“De oplossing ligt in meer respect voor de natuur: stoppen met de veehouderij op industriële schaal, ontbossing, wet markets, enzovoorts. Dat zou ook de aanpak van de klimaatverandering ten goede komen – vergeleken bij de gevolgen daarvan is covid-19 een lachertje.” Martens’ eigen bijdrage aan de wetenschap – samen met vele andere internationale wetenschappers – is het bestuderen van de complexe interacties tussen mensen, dieren en de natuur, onder andere door het ontwikkelen van wiskundige methodes om de verspreiding van zoönosen te simuleren. Maar hij hoopt ook dat hij zijn steentje kan bijdragen aan mentaliteitsverandering.

Het deed hem zeker goed om te zien hoeveel studenten zijn colleges in China bijwoonden en hoe geïnteresseerd en goed geïnformeerd ze zijn. “Je kunt zien dat er een culturele verandering gaan is onder jonge, goed opgeleide mensen in stedelijke gebieden.” Samen met Su wil hij nu het originele onderzoek herhalen om uit te zoeken of de uitbraak van covid-19 de opvattingen over dierenwelzijn in China zijn veranderd.

Dat moet toch haast wel? Martens heeft zijn twijfels, gelet op het publieke en politieke discours. “Natuurlijk, economisch herstel is heel belangrijk, maar ik hoop echt dat we niet in no time terugvallen in de oude patronen, zonder het onderliggende probleem gefikst te hebben.” Met een zucht voegt hij eraan toe: “Als we niks geleerd hebben van deze pandemie, dan misschien van de volgende…”

Door: Florian Raith. Zie origineel bericht op UMnieuws.

Te weinig oog voor ziektes door klimaatverandering

Origineel bericht op undefined

De eikenprocessierups is in aantocht, maar volgens hoogleraar duurzame ontwikkeling Pim Martens is dat niet het enige insect waar we dankzij klimaatverandering de komende jaren last van zullen hebben. En het blijft niet bij insecten. Martens: “Klimaatverandering brengt meer gezondheidsrisico’s met zich mee. Daar hebben we te weinig oog voor.”

Hoe kan het dat er steeds meer vreemde insecten in Nederland voorkomen?

“Door de opwarming van de aarde zijn onze zomers warmer en onze winters milder. Daardoor kunnen insecten die hier vroeger niet voorkwamen ineens in Nederland overleven. Dat kunnen ‘onschuldige’ nieuwe vlindersoorten zijn, maar het kunnen ook insecten zijn die een gezondheidsrisico vormen, zoals de eikenprocessierups die voor veel jeuk zorgt. Of de tijgermug en de superteek.”

“Er zijn ongeveer tien ziektes die een tijgermug potentieel kan overbrengen, zoals zika, knokkelkoorts (dengue) en gele koorts. En de superteek kan ziektes overbrengen zoals krim-congokoorts. Gelukkig zijn de superteken die momenteel in Nederland zijn gespot daar niet mee besmet. En nog niemand in Nederland is ziek geworden van de beet van de tijgermug, maar het zou wel kúnnen dat besmette insecten zich in Nederland vestigen.”

Klimaatverandering brengt volgens u ook andere gezondheidsrisico’s met zich mee. Welke?

“Het zijn niet alleen insecten die een gezondheidsrisico vormen. De opwarming van de aarde verlengt bijvoorbeeld ook het pollenseizoen. Wie gevoelig is voor allergieën zoals hooikoorts, krijgt daar langer last van.”

“De klimaateffecten op gezondheid hebben altijd relatief weinig aandacht gehad, terwijl we zeker nu zien hoe bijvoorbeeld een infectieziekte een samenleving kan lamleggen.”

Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling

“We staan ook te weinig stil bij de effecten van onze klimaatmaatregelen. Klimaatverandering zorgt bijvoorbeeld voor meer wateroverlast. Om die op te vangen, leggen we waterbuffers aan. Maar daarbij denken we niet na over insecten zoals muggen die op water afkomen. Die kunnen verspreiders van ziekten zijn.”

Zoals malaria?

“De kans dat malaria uitbreekt in Nederland is erg klein. De muggen die het kunnen overbrengen, hebben we allang. Voor een uitbraak moet eerst een aanzienlijk aantal mensen besmet zijn. Andere, onbekende ziektes kunnen wél verspreid worden door muggen of andere insecten.”

“De kans dat zoiets gebeurt, wordt steeds groter. Niet alleen door muggen trouwens. Ook de kans op een uitbraak van een infectieziekte onder vee zoals blauwtong wordt groter.”

Waarom groeit die kans?

“Door een combinatie van factoren die op elkaar inspelen. Het wordt warmer én we vliegen meer. Het klimaat verandert én we laten onze biodiversiteit verpieteren. We hebben te weinig oog voor de risico’s van ons waterbeleid én er zijn muggen, vogels en andere dieren die een infectie kunnen verspreiden. Alles hangt met elkaar samen.”

Kunnen we gezondheidsproblemen in de toekomst voorkomen?

“We moeten integraler en duurzamer gaan denken. Geen eiken kappen als we last hebben van de eikenprocessierups bijvoorbeeld, maar denken vanuit biodiversiteit. Zet liever koolmezen in. De rups heeft vrij spel, omdat hij haast geen natuurlijke vijanden meer heeft.”

Hyperdisease

March 12th, 2020

From a book chapter in 2015, but more relevant than ever with the current coronavirus crisis:

In a globalising world, we see with an increasing demand for meat and animal products an unprecedented transport of these products within and between countries. Unfortunately, the transport of animal meat and fodder entails also the transport of animal- and human diseases. Major epidemic livestock diseases, including e.g. bovine plague, bovine spongiform encephalopathy, foot-and-mouth disease, contagious caprine pleuropneumonia, and rift valley fever, often migrate or spread across borders with the transport of ‘animal proteins’, cause major losses and emergencies, and can pose threats to human health. In the past, such damage has on occasions been catastrophic, leading to famines and sometimes triggering trade restrictions. These transboundary diseases are among the most contagious and place a serious burden on the economies of the countries in which they occur.
The reasons for this increasing risk are complex, but the main contributing factors have been identified as follows :

  1. alteration of the environment affecting the size and distribution of certain animal species, vectors, and transmitters of infectious agents of humans;
  2. increasing human populations favouring an increased level of contact between humans and infected/affected animals
  3.  industrialization of foods of animal origin; changes in food processing and consumer nutritional habits; and,
  4. increasing movements of people as well as trade of animals and animal products and decreasing activities for the surveillance and control of major zoonoses.

As the trade of animal products and the movements of people become more intense, the risks of introduction/reintroduction of certain diseases in a country increase. It is very likely, in view of the foreseeable global changes over the next few decades (e.g., population growth, urbanization, and climatic changes), that this trend will continue and even increase. Human disease patterns will be affected by high densities and movements of human populations within and between countries and changes in lifestyles; animal disease patterns will be affected by changing land-use patterns, new farming practices, displacement of animals, and environmental contamination.

Until now, as described above, the number of fatalities has remained relatively low. However, the question seems to be shifting from ‘Will there be a pandemic’ to ‘When will it occur?’. An even more pertinent question is what a future pandemic will entail. Will the number of victims be limited or will it be an extremely contagious, lethal disease, so grave that it may be deemed a ‘hyperdisease’?

The ‘hyperdisease hypothesis’ was developed by Ross MacPhee and Preston Marx. They assert that extremely contagious and fatal infectious diseases were decisive elements to the extinction of various animal species in regions such as North America. These hyperdiseases are not completely new diseases, but diseases that have ‘jumped’ from one spe-cies to another. Examples from the past underline that (viral) infectious diseases regularly jump from animals to humans. Increasing contact between people and (domesticated) animals, and increasing contacts between people among themselves (due to factors such as growing populations and increased mobility) command us to take these kinds of extreme scenarios seriously.

See here for the full Chapter from the book: Meat, The Future: How Cutting Meat Consumption Can Feed Billions More (2015)

Ethics of the Anthropocene

March 5th, 2020

IVM and the Faculty of Religion and Theology announce Pim Martens as 2020 Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene

See also here

Professor Pim Martens from Maastricht University, The Netherlands, has been appointed as Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene Program for 2020. Pim Martens holds the Chair Sustainable Development at the Maastricht Sustainability Institute (MSI), Maastricht University. Professor Martens’s project will focus on religion and animals in the Anthropocene. His term at Vrije Universiteit Amsterdam will run from March to December 2020.

The Ethics of the Anthropocene Fellowship is a collaborative initiative of the Institute for Environmental Studies (IVM) and the Faculty of Theology. It is intended to foster research projects at the interface of ethics, religion and global environmental change. Annual fellowships are awarded alternately to an established Senior scholar and to two or three promising PhD candidates who are in the process of specializing in this burgeoning field.

About the Fellowship
The novel concept of an ‘Anthropocene’ has been proposed to denote the present epoch in planetary history, following up the earlier Holocene, as a new geological era now largely defined by the extent and direction of human activities with a profound global impact on the earth’s ecosystems. Importantly, the concept of an ‘Anthropocene’ places humankind fully at the centre of planetary evolution, as the main driving force on planet earth. These conceptual developments, however, raise fundamental normative questions with profound relevance for religion and ethics and for the principles that will guide the governance of the earth system. To study these important questions, VU Amsterdam has installed a special programme for senior and junior researchers, the VU Fellowship in the Ethics of the Anthropocene.

About the 2020 project: Religion and animals in the Anthropocene
Our dominant current socio-economic and political systems have become decoupled from the larger ecology of life. Our relationship with our natural environment and the animals within has changed dramatically over time. This fellowship will explore pathways to investigate religious orientation, ethical ideologies and their relation toward animal attitudes. Furthermore, by learning from indigenous cultures we can start to see out of which changes our mechanistic worldviews emerged. The fellowship might even go one step further – with a sufficiently open definition of religion – and include the study of proto-religions or ritual behaviour in animals as well.

About the Fellow
Pim Martens has a PhD in applied mathematics and holds the chair ‘Sustainable Development’ at Maastricht University. Prof. Martens is a project leader and principal investigator of several projects related to sustainable development and sustainability science in the context of e.g. human-animal relationships, climate change and health, and co-chairs the interfaculty and interdisciplinary UM Platform on Human and Non-Human Relations, and Interactions (HARI). Dr Martens has been a research professor at ETH Zürich, Switzerland, Leverhulme professor at Aberystwyth University, Wales, and visiting scholar at the London School of Hygiene and Tropical Medicine (UK), Harvard University (USA), Heidelberg University, (Germany), ETH Zürich (Switzerland), Aberystwyth University (Wales), and Leuphana University Lüneburg (Germany). Finally, Pim Martens is founder of AnimalWise, a ‘think and do tank’ integrating scientific knowledge and animal advocacy to bring about sustainable change in our relationship with animals.