Category Archives: Dierzaamheid

Voer moet duurzamer

March 25th, 2020

Zie ook Nederlands Dagblad

MAASTRICHT – Er zijn zoveel honden en katten in de wereld dat we ze niet meer kunnen voeden met slachtafval en dierlijke resten die mensen niet eten, zoals pens, neuzen en oren. Productie van honden- en kattenvoer draagt ook bij aan de belasting van het milieu en de verandering van het klimaat. Gebruik van plantaardige grondstoffen en insecten kan een oplossing zijn, denkt Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling (in het bijzonder mens-dier-natuur relaties) aan Maastricht University

Uit onderzoek blijkt dat voor de productie van voer voor de honden en katten in Nederland een grondoppervlakte nodig is die vergelijkbaar is met veertig procent van de landbouwgrond in ons land. ,,We weten het niet precies, dus ik houd een slag om de arm. Maar het illustreert wel hoeveel het is’’, aldus Martens. Een dergelijke oppervlakte is nodig om voldoende voer te produceren voor de koeien, varkens en kippen die uiteindelijk worden verwerkt tot honden- en kattenvoer. De ecologische pootafdruk van een Nederlandse hond varieert volgens deze berekening van 0,9 tot 3,66 hectare per jaar, afhankelijk van de grootte van het dier. Voor katten komt dit neer op 0,4 tot 0,67 hectare.

Ook in andere landen is onderzoek gedaan naar het ruimtebeslag van huisdieren. ,,We hebben gevraagd hoe vaak de dieren op een dag te eten kregen, hoeveel en of ze daarbij ook nog restjes kregen van de maaltijd van de baas.’’ Vroeger at de hond met de pot mee, tegenwoordig is dat in het Westen niet erg gebruikelijk meer, maar op het platteland van China nog wel. ,,We hebben geprobeerd dat zo goed mogelijk in te schatten en in de berekeningen mee te nemen.’’ Voor Japan komt de ecologische pootafdruk voor honden en katten neer op 0,33 tot 2,19 hectare voor de hond en 0,32 tot 0,56 hectare voor de kat. Voor China is dat respectievelijk 0,82 tot 4,19 voor de hond en 0,36 en 0,63 hectare voor de kat. In deze landen worden kleinere huisdieren gehouden of is een enorm verschil tussen de dieren op het platteland, die uitsluitend kliekjes eten, en de dieren in de steden die behandeld én gevoed worden als verwende kinderen.

Nog wat concreter: de energieconsumptie van honden en katten in de VS is min of meer gelijk aan een vijfde van de energie die mensen er gebruiken voor hun voeding.

Groei

Gezien de groei van de wereldbevolking en de nog steeds stijgende welvaart, verwacht Martens dat het aantal honden en katten – in 2014 nog geschat op zo’n 220 miljoen elk – verder toeneemt en daarmee ook de behoefte aan voer. ,,Als we die dieren allemaal blijven voeren zoals nu gebeurt, legt dat een steeds groter beslag op de beschikbare ruimte en neemt vanwege de uitstoot van broeikasgassen het negatieve effect op het klimaat toe.’’ Een hond eet zoveel vlees dat zijn ecologische pootafdruk tien keer zo hoog is als de ecologische voetafdruk van de mens. Tenminste, wat betreft zijn voeding. ,,Mensen rijden in auto’s, ze vliegen en gebruiken energie voor allerlei zaken. Dat laten we buiten beschouwing, we kijken alleen naar het voedsel’’, nuanceert Martens.

Dierenvoeder moet milieuvriendelijker worden geproduceerd, maar dat is geen eenvoudige klus. Net zo als voor de mens, is het voor de hond mogelijk het grootste deel van het voer vegetarisch te maken. Voor katten ligt dat anders, dat zijn ‘verplichte carnivoren’. Zij hebben een andere fysiologie en maken bepaalde voor hun gezondheid noodzakelijke aminozuren niet zelf aan. ,,Net zoals wij geen vitamine C aanmaken, maar wel vitamine D’’, illustreert Martens. Katten moeten domweg dierlijke eiwit eten om die stoffen binnen te krijgen. Het is echter niet noodzakelijk dat een kat rund- of varkensvlees eet: kip of vis scheelt al.

Ook zou het beter zijn als de baasjes in de rijke landen wat nauwkeuriger kijken hoeveel ze hun huisdier te eten geven. Overgewicht is namelijk geen exclusief menselijk probleem. Ook veel huisdieren zijn te dik en het zou niet alleen hun gezondheid, maar ook het milieu ten goede komen als ze minder zouden eten. ,,Daar is winst te behalen’’, aldus de hoogleraar. ,,Mensen beseffen niet altijd dat ze hun hond drie keer per dag wat lekkers toestoppen, terwijl hij dat niet nodig heeft.’’

Ethisch

Menig vegetariër zal toejuichen dat er minder vlees wordt gebruikt voor het voer van gezelschapsdieren. Het gebruik van insecten om dierenvoer te produceren ziet Martens als een mogelijk alternatief. ,,Al levert het ook een ethisch probleem op, want tenslotte zijn insecten ook dieren.’’

sociaal smeermiddel

Martens, die zelf een kat heeft, is er niet op uit het houden van huisdieren te ontmoedigen. Er zitten ten slotte ook voordelen aan: ,,Huisdieren zijn een sociaal smeermiddel een ook wel een vervanging van wat anders, soms van kinderen en soms zelfs van religie.’’ Dierenliefhebbers zijn dikwijls wat socialer dan anderen.

Toch denkt hij ook na over mogelijkheden om de milieubelasting door honden en katten terug te dringen. Natuurlijk moeten mensen hondenpoep opruimen om te voorkomen dat die het oppervlaktewater vervuilt. Maar gezinnen zouden ook een hond kunnen delen bijvoorbeeld. In dat geval hebben meer mensen plezier aan het beest en belast het milieu en klimaat minder. Overheden zouden zelfs beperkingen op kunnen leggen aan het bezit van honden en katten. ,,Je kunt je best afvragen waarom iemand vijf labradors zou moeten willen of twintig katten op een flat. Dit laatste nog los van de vraag hoe het staat met het dierenwelzijn.’’

Ethics of the Anthropocene

March 5th, 2020

IVM and the Faculty of Religion and Theology announce Pim Martens as 2020 Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene

See also here

Professor Pim Martens from Maastricht University, The Netherlands, has been appointed as Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene Program for 2020. Pim Martens holds the Chair Sustainable Development at the Maastricht Sustainability Institute (MSI), Maastricht University. Professor Martens’s project will focus on religion and animals in the Anthropocene. His term at Vrije Universiteit Amsterdam will run from March to December 2020.

The Ethics of the Anthropocene Fellowship is a collaborative initiative of the Institute for Environmental Studies (IVM) and the Faculty of Theology. It is intended to foster research projects at the interface of ethics, religion and global environmental change. Annual fellowships are awarded alternately to an established Senior scholar and to two or three promising PhD candidates who are in the process of specializing in this burgeoning field.

About the Fellowship
The novel concept of an ‘Anthropocene’ has been proposed to denote the present epoch in planetary history, following up the earlier Holocene, as a new geological era now largely defined by the extent and direction of human activities with a profound global impact on the earth’s ecosystems. Importantly, the concept of an ‘Anthropocene’ places humankind fully at the centre of planetary evolution, as the main driving force on planet earth. These conceptual developments, however, raise fundamental normative questions with profound relevance for religion and ethics and for the principles that will guide the governance of the earth system. To study these important questions, VU Amsterdam has installed a special programme for senior and junior researchers, the VU Fellowship in the Ethics of the Anthropocene.

About the 2020 project: Religion and animals in the Anthropocene
Our dominant current socio-economic and political systems have become decoupled from the larger ecology of life. Our relationship with our natural environment and the animals within has changed dramatically over time. This fellowship will explore pathways to investigate religious orientation, ethical ideologies and their relation toward animal attitudes. Furthermore, by learning from indigenous cultures we can start to see out of which changes our mechanistic worldviews emerged. The fellowship might even go one step further – with a sufficiently open definition of religion – and include the study of proto-religions or ritual behaviour in animals as well.

About the Fellow
Pim Martens has a PhD in applied mathematics and holds the chair ‘Sustainable Development’ at Maastricht University. Prof. Martens is a project leader and principal investigator of several projects related to sustainable development and sustainability science in the context of e.g. human-animal relationships, climate change and health, and co-chairs the interfaculty and interdisciplinary UM Platform on Human and Non-Human Relations, and Interactions (HARI). Dr Martens has been a research professor at ETH Zürich, Switzerland, Leverhulme professor at Aberystwyth University, Wales, and visiting scholar at the London School of Hygiene and Tropical Medicine (UK), Harvard University (USA), Heidelberg University, (Germany), ETH Zürich (Switzerland), Aberystwyth University (Wales), and Leuphana University Lüneburg (Germany). Finally, Pim Martens is founder of AnimalWise, a ‘think and do tank’ integrating scientific knowledge and animal advocacy to bring about sustainable change in our relationship with animals.

Hebben dieren emoties?

Wat doen onze huisdieren?

February 1st, 2020

Waarom spinnen katten? Spiegelen honden onze emoties? Houden papegaaien van kroelen? We zochten in de wetenschap naar een antwoord op het mysterieuze gedrag van onze huisdieren. Bekijk de drie video’s op de site van de Nationale Wetenschapsagenda en kom meer te weten over onze huisdieren en hoe we weten waarom ze doen wat ze doen.

Een kwispelende hond die tegen je op springt als je ‘s avonds thuiskomt. Je kent het vast wel. Maar kunnen dieren eigenlijk echt blij zijn? Heeft een hond emoties, en spiegelt hij ook jouw emoties? Anne-Ro stelde de vraag over haar hond Coco. Kijk de video beneden voor het antwoord van Pim Martens, professor ‘Dierzaamheid’ in Maastricht.

Blauwe tongen, tijgermuggen, reuzenteken en processierupsen

July 24th, 2019

Onlangs vonden onderzoekers sporen van antrax-bacteriën onder de permafrost in Siberië – een warmer wordend klimaat kan deze wellicht doen vrijkomen. Wat dichter bij huis, maar wat langer geleden: op een workshop georganiseerd door de Universiteit van Wageningen en de Universiteit Maastricht in 2003 presenteerde een groep onderzoekers uit Liverpool een studie naar de mogelijke veranderingen van de verspreiding van het blauwtong virus (een virusziekte, verspreidt door een klein insect (een knut) bij schapen) als het klimaat zou veranderen. Op dat moment kwam de ziekte m.n. in Zuid-Europa voor. Op basis van modeluitkomsten verwachtten de onderzoekers dat er een kans aanwezig zou zijn dat het ook meer noordelijk, o.a. in Nederland, zou kunnen gaan voorkomen. Door de aanwezig beleidsmakers werd er toen een beetje lacherig over gedaan. In 2006 werd de ziekte bij een bedrijf met schapen in Kerkrade vastgesteld.

In 1997 promoveerde ik op de mogelijke gevolgen van een klimaatverandering op de verspreiding van infectieziekten zoals malaria en knokkelkoorts. Een van de mogelijke risico’s die mijn modellen toen aangaven was de dat tijgermug (verantwoordelijk voor de verspreiding van o.a. knokkelkoorts en het zika-virus) door een veranderd klimaat een groter verspreidingsgebied zouden kunnen krijgen. De mug rukt nu op vanuit Zuidoost-Azië naar Europa en – zoals 22 jaar geleden al aangeven – is de kans groot dat de mug overleeft en zich permanent vestigt in Nederland. Deze zomer is weer een tijgermug (in Weert) gevonden.

Deze toename in verspreiding van deze twee – door insecten overgebrachte – ziekten in dier en mens is door onderzoekers ‘voorspeld’ (tussen aanhalingstekens, omdat we natuurlijk niet alle factoren die een ziekte verspreiden precies in kaart kunnen brengen). Maar er zijn ook ziekten die door het klimaat beïnvloedt worden, die we een aantal jaar geleden nauwelijks op ons netvlies hadden. In Duitsland, vlak bij de Nederlandse grens, zijn de afgelopen dagen zeker zes hyalomma-teken gevonden. Die zijn drie keer zo groot als normale teken en kunnen gevaarlijke ziektes overbrengen. En deze week werd deze teek ook in Nederland gesignaleerd. En in Nederland zuchten vele mensen onder de gevolgen van de toename van het aantal eikenprocessierupsen.

Als onderzoeker kan je alleen maar hopen dat de pogingen om het complexe samenspel van klimaat, ziekten en vele andere factoren in kaart te brengen wat serieuzer genomen worden door de politiek en andere instanties. Wellicht dat het onlangs door de Universiteit Maastricht, Universiteit van Wageningen en RIVM geschreven ‘’Kennisagenda onderzoeksprogramma klimaat en gezondheid’’ nu wel leidt tot actie. Niet alleen om de vele vragen die er nog zijn te beantwoorden, maar ook om effecten, in samenspraak met GGD’s, burgers en andere partijen – op een geïntegreerde manier aan te pakken. Want je moet er toch niet aan denken dat we onvoorbereid voor nog meer verassingen komen te staan.

Proefdieren passen niet bij een duurzame universiteit

April 4th, 2019

Proefdieren passen niet bij een duurzame universiteit

Observant

In 2021 zal in Randwijck een nieuwe proefdiervoorziening worden geopend van de Universiteit Maastricht, het biomedisch centrum (BMC). Vorige week werd de bouwvergunning aangevraagd. Onbegrijpelijk, vindt Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling aan de UM. Dieren hebben emoties, voelen net als mensen angst en verdriet. Hoe onethisch is het om ze te gebruiken als proefdier?

Elke universiteit die zichzelf een beetje respecteert, noemt zich tegenwoordig ‘duurzaam’. Ook de Universiteit Maastricht doet haar best om zo duurzaam mogelijk te zijn, respectvol om te gaan met haar medewerkers en kritisch te zijn over de gevolgen die haar handelen voor het milieu heeft. Ook onze studenten roeren zich. Tijden de klimaatmars in Maastricht waren ze met velen en lieten hun zorgen over hoe er met de natuur wordt omgegaan luid en duidelijk horen.

Respect voor de natuur in zijn algemeenheid en respect voor dieren hangen met elkaar samen. Gandhi zei het al: ‘De beschaving van een volk is te meten aan het respect waarmee ze met hun dieren omgaan’. Duurzaamheid draait dus om de vraag hoe begaan mensen zijn met de wereld waarin, en de dieren waarmee ze leven. Dierzaamheid dus. Onze universiteit houdt zich echter niet veel bezig met dierenwelzijn. Een paradox want aan de ene kant wordt er geroepen “laten we meer vegan lunches eten”, en aan de andere kant “dierproeven zijn noodzakelijk”. Alhoewel het proefdiergebruik in Nederland gestaag vermindert – ook aan de UM overigens –  en de Nederlandse overheid het proefdieronderzoek wil afbouwen, gaat de UM een nieuw proefdierencentrum van vier etages bouwen. Ik kon het dan ook niet laten om te twitteren: “Kan je als CvB nog zoveel vegan lunches eten, en als Universiteit roepen dat je duurzamer wilt worden, als @MaastrichtU investeert in een centrum voor dierproeven, houdt het op.” Een toelichting.

Een soort automaten

Zoals het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) al eerder adviseerde, is het voor de transitie naar proefdiervrij-onderzoek nodig afscheid te nemen van bestaande denkwijzen en praktijken. NCad maakt zich dus sterk voor een paradigmaverandering dat inzet op proefdiervrije innovaties. Voor het wettelijk voorgeschreven onderzoek (o.a. verplichte veiligheidstesten voor chemische stoffen, voedselingrediënten, bestrijdingsmiddelen en (dier)geneesmiddelen), ziet het NCad mogelijkheden om het proefdiergebruik sterk te verminderen. Ook voor wetenschappelijk- en preklinisch onderzoek kan het aantal proefdieren sterk gereduceerd worden. De Universiteit Maastricht, als jonge dynamische universiteit, is volgens mij uitstekend in staat om zich internationaal te profileren als toonaangevend op het gebied van proefdiervrije innovaties, onderzoek en onderwijs. Zaak is dat er veel actiever en sneller moeten worden ingezet op een proefdiervrije toekomst dan nu het geval is; de investeringen in een nieuw gebouw zullen de transitie naar proefdiervrij onderzoek eerder remmen. Tot zover de ‘zakelijke’ argumenten.

Een veel belangrijker argument om het gebruik van proefdieren sterk te verminderen, en zelfs helemaal te stoppen, is het feit dat steeds meer modern wetenschappelijk onderzoek, zoals de neuropsychologie, aantoont dat dieren, net als wij, emoties hebben, en op een vergelijkbare manier angst en verdriet voelen.  We zitten echter nog deels met een erfenis van de Franse wiskundige, geleerde en wijsgeer René Descartes (1596-1650) die stelde dat je dieren zou kunnen beschouwen als een soort automaten, zonder gevoel. Als een dier gilt wanneer je er een mes insteekt, is de kreet het instinct en het geluid dat van een machine.

Antropo-ontkenning

Maar we zijn wijzer geworden. Allerlei eigenschappen die als typisch menselijk worden beschouwd, komen ook in het dierenrijk voor. Zelfherkenning is bij mensapen, dolfijnen, olifanten en zelfs een kraaiachtige aangetoond. Empathie, het je kunnen verplaatsen in de gevoelens van een ander, is diverse zoogdieren niet vreemd, soms zelfs soort overschrijdend. Frans de Waal, de eerste Eugène Dubois-hoogleraar aan onze universiteit, beschreef al in 1979 in Burgers’ Dierenpark dat ook chimpansees elkaar troosten. Later werd dit gedrag ook waargenomen bij onder meer olifanten, honden en knaagdieren. Iedereen die een kat of hond als huisdier heeft, zal ook bepaalde emoties in zijn huisdier herkennen. Zodra je in het gevoelsleven van dieren duikt en ziet hoe intelligent ze zijn, hoezeer zij op ons lijken, dan weet je dat dieren gebruiken als proefdieren onethisch is.

We leven echter in een tijd van antropo-ontkenning, een vrije vertaling van wat Frans de Waal “anthropodenial” noemt: wij, mensen, gebruiken dieren als voedsel, voor kleding, voor amusement, en ook in onze proefdierlaboratoria. Om dit op comfortabele wijze te kunnen doen, moeten we onszelf wijsmaken dat dieren niet dezelfde gevoelens kunnen hebben als die van ons.

De discussie zal dus verder moeten gaan dan de drie V’s (vervangen, verminderen en verfijnen) in onderzoek waarvoor proefdieren nodig zijn. Het heeft te maken met moraliteit, speciesisme (discriminatie op basis van soort), rechtvaardigheid, gedrag. Alhoewel er tot nu toe weinig aandacht is voor onderzoek en onderwijs voor mens-dier interactie aan onze universiteit, laat de belangstelling voor het nieuwe interfacultaire en interdisciplinaire UM-platform over menselijke en niet-menselijke relaties en interacties, HARI, zien dat dit onderwerp breed onder staf en studenten leeft.

Duurzaam betekent innovatief zijn. En keuzes durven te maken die laten zien dat je je sterk maakt voor goede relaties en respect tussen iedereen, ongeacht levens- of geloofsovertuiging, geaardheid, afkomst, sekse, genderoriëntatie – of soort. Als de ambitie is om met onderwijs en onderzoek voorop te lopen, dan is het bouwen van een proefdiercentrum een volgende stap op de duurzaamheidsladder – naar beneden welteverstaan.

Meer pootjes aan het bed

February 13th, 2019

Lees hier het rapport: Meer pootjes aan het bed

In het MUMC+ wordt in samenwerking met de kinderboerderij De Heeg, een programma uitgevoerd (project Beestenboel) waarin verschillende dieren onder supervisie in een speciale ruimte door kinderen uit het ziekenhuis kunnen worden bezocht en geknuffeld. Het is een plezierige en ontspannende ontmoeting voor de kinderen en de kinderen en hun ouders genieten daar erg van. Het programma, dat uitgevoerd wordt door professionals en vrijwilligers, biedt uitstekende mogelijkheden om te onderzoeken welke effecten het bezoek van de dieren oplevert voor de kinderen volgens ouders, artsen en andere betrokkenen. De houding van het personeel en ouders ten opzichte van dier-ondersteunde activiteiten en dier-ondersteunde therapieën is cruciaal voor het succes van door dieren gesteunde programma’s. Met dergelijke kennis is het mogelijk om ​​door dieren ondersteunde activiteiten en therapieën in te zetten en de kwaliteit te waarborgen.

Deze pilot studie heeft in kaart gebracht waar volgens ouders, dierverzorgers, stafleden en medici de voordelen en uitdagingen liggen van het huidige programma. Ook heeft het onderzocht of een geprotocolleerd animal-assisted interventie programma met medewerking van de kinderboerderij De Heeg, ouders, staf en andere betrokkenen tot de mogelijkheden behoort en wil het een voorstel doen hoe dit te realiseren.

Op grond van de resultaten van deze studie zou vastgesteld kunnen worden of dit programma zou kunnen worden uitgebreid, verbeterd, veranderd c.q. geprofessionaliseerd. In de diverse Europese ziekenhuizen en vooral in kinderziekenhuizen werden de laatste jaren programma’s gestart met dier-ondersteunde interventies, als onderdeel van behandelprotocollen. Op geprotocolleerde wijze worden in deze programma’s dier-ondersteunde interventies aangeboden op een voor mens/kind, maar ook voor het dier verantwoorde en niet stress-volle wijze.

Dit project kwam mede tot stand  met steun van het Universiteitsfonds Limburg/SWOL.

Laughing dogs and jealous cats?

September 21st, 2017

A public lecture on how we view emotions in animals was held on Thursday 14 September 2017, organised by Museum Boerhaave and the Lorentz Center. With the title ‘Laughing dogs seldom bite?’, it was given by Pim Martens, Professor of Sustainability at Maastricht University, and will examine our attitude to emotions in animals and how these emotions affect us.

Do dogs really look ashamed? Can cats be jealous? Our attitude to the emotions of these animals has changed considerably over time. Scientific evidence for the existence of emotions in animals is stacking up. This will hardly be a surprise for most pet owners: they recognise joy, pleasure and sadness in their pets. And vice versa, they assume that pets recognise their owners’ emotions and adjust their behaviour accordingly. If the owner is sad, the cat or dog will come to comfort them.

In humans, behaviour is guided by emotions. Is this the same in animals? Do they have the same emotions as humans? And can we recognise them? Intense emotional ‘mirroring’ can take place between a pet (or ‘companion animal’) and its owner, including therapeutic interaction. Examples are dolphin therapy for children with autism or Down’s syndrome, and the use of dogs with autistic adults.

Kun jij de emoties van jouw huisdier herkennen?

May 15th, 2017

Iedereen ziet het verschil tussen een blije en een boze hond. Toch? En als je zelf een huisdier hebt is de kans groot dat je zelfs weet wanneer jouw viervoeter verdrietig, medelevend of jaloers is. Dat dénken we tenminste. Hoe goed ben jij in het herkennen van emoties bij jouw hond of kat? En snappen dieren ook hoe wij ons voelen? Pim Martens (Maastricht University) vertelt ons over het herkennen van emoties tussen mens en dier in dit college.

De doos van Pandora

November 20th, 2014

Presentatie Dierzaamheid

“Dit weekend is vastgesteld dat de vogelgriep bij een pluimveebedrijf in Hekendorp de hoog pathogene variant blijkt te zijn. De hoog-pathogene variant van vogelgriep is zeer besmettelijk voor gevogelte. Voor kippen is deze variant dodelijk. Vogelgriep is een zoönose, wat betekent dat de besmetting van dier op mens kan worden overgebracht.”

Overal ter wereld lijken dieren ten prooi gevallen te zijn aan ziekmakende en dodelijke virussen en bacteriën. Uit voorzorg, paniek en exportbelang worden miljoenen beesten afgemaakt, en dit gaat al enkele jaren zo. Zo zijn er de afgelopen veertien jaar  in Nederland meer dan veertig miljoen zieke én gezonde dieren geruimd. Denk maar aan de uitbraken van varkenspest, BSE, MKZ, en Q-koorts en vogelgriep.

De angst voor de uitbrak van een dodelijk virus heeft niet alleen een economische achtergrond. Veel ziektes waar mensen mee te maken hebben zijn ooit overgesprongen van dier op mens. Mazelen van runderen, kinkhoest van varkens en aids van apen. Een nieuwe overstap van een varkens-eenden-kippenvirus naar de mens, is het schrikbeeld van iedere viroloog.

Mens en dier zijn altijd al geteisterd geweest door virussen en bacteriën. Maar de toename van het aantal nieuwe infectieziektes baart veel wetenschappers nu toch wel grote zorgen. De afgelopen jaren zijn daar al een paar ernstige voorbeelden van geweest. Sars, de gekke koeienziekte en de Q-koorts zijn allemaal menselijke ziektes met een dierlijke oorsprong. Vooral op plaatsen waar mensen en dieren dicht bij elkaar wonen, is het gevaar dat ziektes van de ene op de andere soort overspringen groot.

Is met deze onrustbarende toename nu de doos van Pandora op een kier gezet? Dat zal allemaal wel meevallen. Denkt men, verwacht men, hoopt men. Tal van ziektes worden niet voor niets scherp in de gaten gehouden, of  (soms) op tijd in de kiem gesmoord. Maar het is de vraag of dat allemaal wel zal lukken. Het angstige nu is dat het erop lijkt dat we een wereld ingericht hebben, waar virussen en bacteriën eerder en sneller van dieren op mensen overspringen, en het is ook zeker geen toeval dat we de afgelopen jaren uitbraken hebben gehad van de varkenspest, Q-koorst en de gekke koeienziekte, en nu weer de vogelgriep

Duidelijk is dat deze eeuw een levensgevaarlijk griepvirus een of meerdere keren de kop zal opsteken. De vraag is hoe lang het zal duren voor een volgende pandemie van een dodelijke ziekte zal plaatsvinden. Belangrijker is echter het feit dat regeringen en de farmaceutische industrie niet of onvoldoende zijn voorbereid op een eventuele uitbraak. Het ‘ruimen’ van dieren is slechts een gebrekkige maatregel achteraf.

Nederland is ook een risicoland. In ons land leven miljoenen melkkoeien, varkens en kippen, dicht bij mensen. Het voordeel is dat Nederland een redelijk goede diergeneeskundige zorg heeft en streng ziek dieren controleert bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte. Maar Nederland is ook het land met de grootste veedichtheid ter wereld. Bovendien importeren en exporteren we grote hoeveelheden vee over internationale grenzen. Zolang we teveel dieren op een te kleine ruimte blijven houden is dan ook slechts een kwestie van tijd voor een nieuwe grootschalige uitbraak van een zoönose plaats zal vinden.

Het trieste is dat het ruimen van de dieren in het huidige onduurzame systeem weer noopt tot het snel aanvullen ervan om de economische verliezen te compenseren. Zo gaan we in plaats van het systeem drastisch te herzien verder naar een lock-in situatie – meer van hetzelfde dus. Een verschuiving naar een duurzame manier van het houden van vee kan alleen plaatsvinden als we het welzijn van het dier (en dus hiermee ook de mens) als voornaamste doel niet zien, en niet het economisch gewin.