Category Archives: Wetenschap

Sustanimalism

March 10th, 2014

“The greatness of a nation can be judged by the way its animals are treated” Mahatma Gandhi said many years ago.

Somewhere between this observation and the sustainability debate in recent years, it has gone wrong. If we look at the many sustainability indicators that have been developed over the years, it is striking to see that animal-wellbeing hardly plays a role. Biodiversity and ecosystems indicators put more emphasis on the number and variety of different species than their well-being. Assuming that the words of Gandhi make sense, can we then conclude that the concept of sustainability has nothing to do with civilization? Or is it that animal-wellbeing is a blind spot in the sustainability debate?

Of course is our interaction with the environment, other people and other animals part of our civilization. The reason that ‘animals’ and ‘sustainability’ are not often mentioned together in one sentence is likely to be found in the fact that the sustainability debate has been hijacked in recent years by industry and governments. Their view regarding sustainable development significantly has been subordinate to the dogma of economic growth with little regard for animal welfare. How shortsighted this is, has been illustrated by the various outbreaks of animal diseases in intensive farming, and the development of antibiotic resistance of many pathogens because our cattle are given too many antibiotics. These are just some examples, but it is increasingly clear that our own well-being is closely connected with the welfare of the animals with whom we live.

Take pets, for example. Research shows that people with a pet are in general healthier than non-pet owners. Pets also increase the capacity for empathy and social contacts among children (which are useful characteristics for a healthy and happy life). Furthermore, people who are heavily involved in animal welfare appear to have more compassion for the problems of people. Of course, this supposes a good care of the (domestic) animal. Keeping animals just because it’s (temporary) fun / useful / convenient for us, of course, is not always the most sustainable course of action. We all know stories of neglected pets.

Animal welfare should therefore be central in the sustainability debate: sustanimalism. With this in mind, it is also practical and easy to make a contribution to a sustainable society. Acting animal-friendly – for example, taking good care of your animals and eating less meat – is not only beneficial to your health, but also to a better and more civilized world.

Een taxonomie van de wetenschapsactivist

October 16th, 2013

Omdat de politiek faalt, hoort men soms dat de wetenschap het zou moeten overnemen. Experts zouden uit hun ivoren toren moeten treden om zich actiever met de maatschappelijke discussie te bemoeien. Maar wat betekent dat concreet? Een maatschappelijk engagement kan immers verschillende vormen aannemen, en die verschillende vormen komen met eigen idealen en mogelijke problemen. Wat voor klimaatwetenschappers geldt, geldt natuurlijk ook voor andere wetenschappers. Het is daarom van belang scherp te stellen op de manieren waarop wetenschap en maatschappelijke betrokkenheid kunnen interageren. Hierbij dus een kleine taxonomie van de wetenschapsactivist.

In een eerste vorm treedt de wetenschapper op als een publiek intellectueel en staan wetenschappelijk werk en maatschappelijke betrokkenheid grotendeel los van elkaar. Een goed voorbeeld biedt Albert Einsteins inzet voor de wereldvrede, de burgerrechten en het zionisme. Geen van die zaken hebben veel met fysica te maken. Einstein vond echter dat hij (net als elke burger) een rol te spelen had in de morele en maatschappelijke discussies van zijn tijd. Als bekende wetenschapper vond hij ook gemakkelijk zijn weg naar de media. Einstein kon zich beroepen op een kritische zin, grote belezenheid en moreel besef – maar geen van alle zijn uiteraard exclusieve kwaliteiten van de wetenschapper.

In andere gevallen vormt wetenschappelijk onderzoek het directe uitgangspunt van het activisme. Rachel Carsons strijd tegen DDT biedt een goede illustratie van een dergelijk wetenschapsgedreven activisme. Als biologe bij de Amerikaanse Fish and Wildlife Service had Carson toegang tot gegevens die de schadelijke effecten van DDT op dier en mens leken aan te tonen. Met haar bekende boek Silent Spring startte ze vervolgens een actieve campagne tegen het gebruik van DDT. Vele andere voorbeelden zijn denkbaar. Cijfers over de verandering van het klimaat kunnen onderzoekers overtuigen om zich openlijk voor bepaalde maatschappelijke hervormingen in te zetten. Daarbij is het natuurlijk belangrijk in het achterhoofd te houden dat (zeker in controversiële kwesties) de wetenschap zelden met één stem spreekt.

In een derde mengvorm van wetenschap en maatschappelijke betrokkenheid komen de idealen niet voort uit wetenschappelijk werk maar gaan ze eraan vooraf. Het gaat daarbij om ‘doel-specifieke’ wetenschap. Een goed voorbeeld biedt hier de conservatie-biologie zoals die door onder meer Edward Wilson wordt gepropageerd. Deze wetenschapstak veronderstelt dat de bescherming van soorten een goede zaak is, en roept de wetenschap in om die bescherming op een efficiënte manier te organiseren. Dit toont dat objectiviteit en neutraliteit niet hetzelfde zijn. Wetenschap kan objectief zijn en toch een bepaalde ideologische agenda dienen. Conservatiebiologie is niet neutraal, maar kan wél objectieve criteria voor efficiënte bescherming aanreiken.

Bij wetenschapsgedreven activisme komt de morele beslissing ná het wetenschappelijk onderzoek, bij doel-specifieke wetenschap komt ze ervóór. Sinds de jaren 1960 benadrukt een groeiend aantal intellectuelen echter dat het morele aanwezig is in de wetenschap zélf. Dergelijke ideeën hebben geleid tot een wetenschapsintern activisme, een activisme dat zich richt op de verandering van de wetenschap van binnenuit. Donna Harraway’s werk binnen het veld Science and Technology Studies biedt hier een goed voorbeeld. Met haar analyses van de primatologie toonde ze aan hoe metaforen en interpretaties in de wetenschappelijke studie van apengedrag idealen van mannelijke dominantie verraadden. Vanuit die analyse bepleitte ze een hervorming van de primatologie. Op die manier wordt het actieterrein van de activist verlegd naar de collegezalen en de laboratoria.

Elke vorm van wetenschapsactivisme kan legitiem zijn. Maar voor elke vorm zijn er ook mogelijke problemen. Wanneer wetenschappers een rol als publiek intellectueel opnemen is er steeds het gevaar dat er een oneigenlijke transfer van autoriteit plaatsvindt. In een dergelijk geval spreekt de wetenschapper weliswaar als burger, maar gebruikt hij of zij wél het aura van de wetenschap. Wetenschapsgedreven activisme en doelspecifieke wetenschap op hun beurt kunnen uitmonden in technocratische idealen. Er kan een sfeer ontstaan waarin maatschappelijke problemen als wetenschappelijke problemen worden voorgesteld, en politieke oplossingen als objectieve en onvermijdelijke onderzoeksresultaten. Op die manier verschuift het beslissingsrecht over maatschappelijke kwesties van burgers naar experts en wordt de democratie uitgehold. Wetenschapsintern activisme kan tenslotte de (foutieve) impressie creëren dat wetenschap alleen maar een vermomd ideologisch conflict is. Door de objectiviteit van bepaalde wetenschappelijke activiteiten te ontmaskeren, kan de indruk ontstaan dat alles in de wetenschap op subjectieve waarden berust. Ongewild kan het wetenschapsintern activisme de impressie creëren dat ‘anything goes in science’ – en zo de mogelijke rol van wetenschap bij voorbaat uithollen.

Het is waarschijnlijk goed dat de wetenschapper wordt aangezet om uit de ivoren toren te komen. Maar eens buiten kan hij of zij nog verschillende kanten op. En er zijn verschillende valkuilen in de weg.

Raf de Bont – Universitair Docent, Universiteit Maastricht
Pim Martens – Hoogleraar Duurzame Ontwikkeling, Universiteit Maastrich