Category Archives: Wetenschap

Voedselbos Als Dierenapotheek: Wat Zegt De Wetenschap?

Dit artikel is verschenen in het Voedselbossen Magazine, 2025, 3(4), 12-14.

Dieren in het wild hebben vaak een opmerkelijk instinct voor wat goed voor ze is. Ze herkennen geur, smaak en soms de werking van planten of mineralen in hun omgeving. Dit natuurlijke zelfzorggedrag wordt in de wetenschap zoofarmacognosie[i] genoemd: het gebruik van natuurlijke stoffen door dieren om ziekten, parasieten of andere gezondheidsproblemen te bestrijden.[ii] Het is gezien bij apen, olifanten, vogels en zelfs insecten.[iii] En dichter bij huis? Ook in Nederland vertonen dieren soms gedrag dat hierop lijkt. In voedselbossen speelt dit principe ook een rol: een diversiteit aan kruiden, struiken en bomen trekt dieren aan die zelf weten wat ze nodig hebben, terwijl hun aanwezigheid tegelijk bijdraagt aan het evenwicht en de gezondheid van het ecosysteem. Wat voorbeelden.

Das(look)

In het vroege voorjaar, wanneer de bladeren van daslook uit de grond komen, eten dassen ze graag. Ze graven ook de bollen op. Daslook bevat zwavelverbindingen zoals allicine, bekend van knoflook, die antimicrobieel en mogelijk wormafdrijvend werken. Hoewel er geen hard wetenschappelijk bewijs is dat dassen dit bewust doen om zich te ‘ontwormen’, is het aannemelijk dat het hen helpt na de winterslaap, wanneer darmparasieten vaker voorkomen. Ook wilde zwijnen zijn dol op daslook, mogelijk om vergelijkbare redenen.[iv]

Zelfmedicatie bij egels

Ook egels tonen mogelijk gedrag dat geïnterpreteerd kan worden als zelfmedicatie. Hoewel zij vooral insecten en slakken eten, zijn er observaties van egels die zich actief inwrijven met bladeren van aromatische planten zoals duizendblad, kamille of valeriaan. Deze planten bevatten insectenwerende en schimmelremmende stoffen. De exacte reden is nog niet bewezen, maar het past bij het bredere beeld dat dieren stoffen uit hun omgeving benutten om gezond te blijven.

Reeën, herten en natuurlijke pijnstillers

Grote herbivoren zoals reeën en edelherten knagen geregeld aan jonge wilgentakken. Wilgenbast bevat salicine, dat in het lichaam wordt omgezet in salicylzuur – verwant aan aspirine en bekend om pijnstillende en ontstekingsremmende werking. Hoewel we niet precies weten of herten dit extra eten bij pijn, krijgen ze er wel degelijk een natuurlijke pijnstiller mee binnen. Ze eten ook geregeld brandnetels, vooral als de bladeren jong of verwelkt zijn. Brandnetel is rijk aan mineralen zoals ijzer en magnesium en staat bekend als bloedzuiverend en ondersteunend voor de stofwisseling.

Kleine zoogdieren en wilde kruiden

Kleine herbivoren zoals konijnen en hazen eten vaak planten die ook geneeskrachtig voor mensen zijn. Paardenbloem werkt mild vochtafdrijvend en ondersteunt de lever. Grote weegbree bevat stoffen die verzachtend en ontstekingsremmend werken, zowel bij maag-darmklachten als bij wondjes. Mogelijk profiteren de dieren van deze eigenschappen, maar of ze de planten bewust kiezen bij ziekte blijft lastig te bewijzen.

Vossen

Over vossen is minder bekend, maar er zijn meldingen van kruidenresten zoals kamille en goudsbloem in hun burchten.[v] Beide planten bevatten stoffen die ontstekingsremmend en antimicrobieel zijn. Het gebruik van specifieke planten door vossen blijft vooralsnog vooral een plausibel vermoeden.

Nestmedicatie

Bij sommige vogels is het verband wél goed aangetoond. Soorten als de huismus, koolmees en spreeuw verwerken bewust aromatische planten zoals lavendel, salie of kamille in hun nesten. Deze kruiden bevatten geuren en stoffen die bacteriën en parasieten weren. In stedelijke gebieden gebruiken mussen zelfs sigarettenfilters, waarbij het nicotine insecten doodt.[vi] Onderzoek toont aan dat nesten met zulke materialen minder last hebben van bloedmijten en luizen, en dat de kuikens gezonder opgroeien. Dit gedrag wordt nestmedicatie genoemd.

Amfibieën en microhabitats

Bij amfibieën zoals kikkers en padden is direct bewijs voor zelfmedicatie schaars. Wel kiezen sommige soorten modderige plekken of bodems die rijk zijn aan mineralen of plantenresten, mogelijk om de huid te beschermen tegen infecties. Dit blijft voorlopig een hypothese, maar is ecologisch goed voorstelbaar.

Rupsen en bijen

Rupsen van Nederlandse vlinders (zoals de dagpauwoog, kleine vos, atalanta en gehakkelde aurelia) eten brandnetel vooral omdat het hun vaste waardplant is. Sommige rupsen eten echter meer van een giftige plant zodra ze geïnfecteerd zijn, wat duidt op echte zelfmedicatie.[vii] Het is dus denkbaar dat Nederlandse brandnetel-etende rupsen dit ook doen, maar daar is nog weinig direct onderzoek naar.

Honingbijen verzamelen propolis, een hars uit planten, en gebruiken dit in hun nest. Deze stof werkt sterk tegen bacteriën en schimmels en helpt de bijenkolonie gezond te houden.[viii]

Het voedselbos als natuurlijke apotheek

In een voedselbos groeit een gevarieerd aanbod van voedselplanten, waaronder kruiden met geneeskrachtige eigenschappen. Deze planten zijn niet alleen waardevol voor mensen, maar ook voor dieren. Voedselbossen kunnen dus een plek zijn waar dieren vinden wat ze nodig hebben, niet alleen qua voedsel, maar ook voor hun gezondheid. Zoofarmacognosie, iets om misschien rekening mee te houden in het ontwerp van onze voedselbossen?


[i] Raman, R. & Kandula, S. (2008). Zoopharmacognosy: Self Medication in Wild Animals. Resonance, March, 245-253.

[ii] Zie ook: Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Zoopharmacognosy

[iii] Huffman, A.H. (2021). Folklore, Animal Self-Medication, and Phytotherapy–Something Old, Something New, Something Borrowed, Some Things True. Planta Medica, 88, 187-199.

[iv] Băieş, M.H., Cotuţiu, V.D., Spînu, M. et al. (2024). In vivo assessment of the antiparasitic effects of Allium sativum L. and Artemisia absinthium L. against gastrointestinal parasites in swine from low-input farms. BMC Veterinarian Research,  20, 126 (2024). https://doi.org/10.1186/s12917-024-03983-3

[v] Zie ook: https://www.blackfoxes.co.uk/photography-ethics.php

[vi] Water, H. (2013). Bird Butts. Scientific American, Feb 1. https://www.scientificamerican.com/article/cigarette-butts-help-birds-ward-off-parasites/

[vii] Singer, M.S., Mace, K.C. & Bernays, E.A. (2009). Self-medication as adaptive plasticity: increased ingestion of plant toxins by parasitized caterpillars. PLoS ONE, 4(3). https://doi.org/10.1371/journal.pone.0004796

[viii] Simone-Finstrom M., Borba R.S., Wilson M., Spivak M. (2017). Propolis Counteracts Some Threats to Honey Bee Health. Insects, 8(2):46. https://doi.org/10.3390/insects8020046

Publiek Geld Moet naar Mensgericht Biomedisch Onderzoek In Plaats Van Apenproeven

Nederland kan koploper blijven in diervrije biomedische innovatie mits de politiek nu doorpakt.

Wij, een groep Nederlandse wetenschappers en artsen, roepen het kabinet en de Eerste Kamer op om publiek geld te verschuiven van proeven met apen in biomedisch onderzoek naar beter mensgericht onderzoek. Dat is sneller, betrouwbaarder en diervriendelijker. Politiek Den Haag kan nu laten zien dat Nederland kiest voor wetenschap van de toekomst.

Deze zomer besloot de Tweede Kamer dat de jaarlijkse subsidie van 12,5 miljoen euro van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) voor het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) stap voor stap moet verschuiven van onderzoek met apen naar onderzoek met diervrije innovaties. Het BPRC is het grootste Europese centrum waar apen in biomedisch onderzoek worden gebruikt. De Eerste Kamer moet de begroting van OCW, waar het BPRC deel van uitmaakt, nog goedkeuren.

Op 28 oktober stemt de Eerste Kamer over de begroting. Daarmee wordt duidelijk of het geld voor biomedisch onderzoek met apen daadwerkelijk verschuift naar beter mensgericht onderzoek.


Het onderzoekssysteem met apen werkt niet

Een onafhankelijke commissie stelde dit jaar vast dat wetenschappers het niet eens zijn over de waarde van proeven op apen in biomedisch onderzoek. Toch besloot minister Bruins eerder zonder meer proeven op apen nog minstens vijf jaar onveranderd door te laten gaan, ondanks een al eerder aangenomen Tweede Kamer-motie uit 2016 om af te bouwen. Dat doet denken aan de tijd dat men koste wat dat kost vasthield aan paard en wagen terwijl de auto al klaarstond.


De praktijk laat zien dat resultaten uit apenonderzoek slecht te vertalen zijn naar mensen

HIV-vaccins die bij apen veelbelovend leken, mislukten allemaal in klinische studies. Een antistollingtherapie (TGN1412) die bij apen veilig leek, veroorzaakte bij gezonde vrijwilligers een levensbedreigende reactie. Ook bij hersenziekten zoals Alzheimer en Parkinson hebben tientallen jaren apenonderzoek geen genezende behandelingen opgeleverd. Zo gaan kostbare jaren en miljoenen euro’s verloren en wachten patiënten tevergeefs.

Mensgerichte methoden leveren meer op

De ontwikkeling van de COVID-vaccins liet zien dat het anders kan. Door meer gebruik te maken van menselijke modellen, minder dierproeven en een snelle start van klinische studies waren er in één jaar veilige en effectieve vaccins. Data die direct van mensen komen zijn betrouwbaarder en versnellen de zoektocht naar behandelingen voor ziekten die alleen bij mensen voorkomen.

We kunnen menselijke ziektes alleen genezen als we ze goed begrijpen. Apen in biomedisch onderzoek helpen daar niet bij, omdat deze ziektes bij hen vaak niet van nature ontstaan en kunstmatig moeten worden opgewekt.


Nieuwe technieken staan klaar

Nederlandse onderzoekers lopen wereldwijd voorop met organen-op-chip, mini-hersenen, donormateriaal, systeemgeneeskunde, kunstmatige intelligentie en onderzoek met patiënten en vrijwilligers. Volgens het besluit bedoeld het BPRC zijn budget in krijgt het vijf jaar de tijd om volledig om te schakelen. BPRC-onderzoekers beschikken over waardevolle kennis. Als zij die combineren met nieuwe technieken kan Nederland groeien tot een internationaal centrum voor innovatieve vaccintechnieken en beter mensgericht onderzoek naar ziekten, en zo verbonden blijven op toekomstige uitbraken van infectieziekten.


Apen laten lijden in labs is ethisch niet acceptabel

Apen zijn intelligente dieren die pijn en emoties herkennen. Hun lijden in laboratoria is niet te rechtvaardigen, zeker niet nu er betere en mensgerichtere wetenschapsmethoden zijn. Het continu uitstellen van de afbouw van apenproeven betekent dat de politiek impliciet het ongestraft toebrengen van ernstig lijden aan mensapen blijft uitstellen.


Onze oproep

Wij vragen de regering en de Eerste Kamer om de ingezette transitie naar beter mensgericht onderzoek te steunen en ervoor te zorgen dat het OCW-budget voor het BPRC daadwerkelijk verschuift naar proefdiervrije innovaties. Zo laat Nederland zien dat wetenschap niet stilstaat, maar kiest voor vooruitgang die mensen én dieren ten goede komt.

Ondertekend door:

Prof. dr. Merel Ritskes-Hoitinga, Evidence-Based Transition to Animal-Free Innovations, Universiteit Utrecht
Em. prof. dr. Huub Schellekens, Pharmaceutical Biotechnology, Universiteit Utrecht


Samen met:

  • Dr. Bernice Bovenkerk, Philosophy Group, Wageningen University & Research
  • Prof. dr. Peter J. Boogaard, Omgevingsgezondheid & Humane Biomonitoring, Wageningen University & Research
  • Prof. dr. Pim Martens, Hoogleraar Planetary Health, Maastricht University
  • Prof. dr. Leonie Cornips, Humanities Cluster (KNAW) & Universiteit Maastricht
  • Dr. Yvonne de Jong, Eastern Africa Primate Diversity and Conservation Program, Kenia
  • Drs. Marieke Kerstens, huisarts, voorzitter Physicians Association for Nutrition the Netherlands (PAN Nederland)
  • Prof. dr. Philip Macnaghten, Technology and International Development, Wageningen University & Research
  • Drs. Anna Krevota, diëtist radiologie en reumatologie, diëtist-onderzoeker, Reade Revalidatie en Reumatologie (Amsterdam)
  • Dr. Ev. Merije, Planetary Fellow, Panel for Planetary Thinking, Justus Liebig University Gießen / Dr. Carlo Alberto Pasqi, co-founder en managing director, Chiron
  • MSc. Bagr Nathalie de Ridder, onderzoeker dierenwelzijn, Inholland University of Applied Sciences
  • Dr. Antoine A.L. de Vries, Interuniversity Hospital Cardiology, Leids Universitair Medisch Centrum
  • Dr. C. Daniel van Schie, manager zorginnovatie en onderzoek, Nederlandse Brandwonden Stichting
  • Dr. Bas van Balkom, onderzoeker proefdiervrije technologie

Deze oproep is gepubliceerd 24 oktober in Trouw, Volkskrant, Parool en AD en wordt gefaciliteerd door Proefdiervrij en PETA, die het belangrijk vinden dat deze stemmen gehoord worden.

Beelden als bouwstenen voor een duurzame toekomst op het platteland

(Veel dank aan Alette Opperhuizen (voor deze tekst en coördinatie van het living lab Noordoost-Brabant), en het Brabant- en MANTRA team!)

Op 24 april en 29 mei was Natuurcentrum de Specht in Handel het toneel van de eerste bijeenkomsten van het living lab Noordoost-Brabant. Dit initiatief is onderdeel van het MANTRA onderzoek naar klimaatadaptatie en gezondheid in landelijk gebied. Meer weten over het living lab? Neem contact op met Alette Opperhuizen (alette.opperhuizen@wur.nl).


Op het platteland zijn grote veranderingen gaande door klimaatverandering en de maatregelen die nodig zijn om daarmee om te gaan. In Noordoost-Brabant kwamen diverse partijen uit de regio daarom samen in hun eerste living lab. Samen maken zij, in een reeks bijeenkomsten, een reis van het heden naar de toekomst en maken zo concrete plannen en acties voor de leefbaarheid op het platteland en de impact van klimaatverandering.

In Noordoost-Brabant kwamen beleidsmakers, buurtbewoners, zorgverleners, dorpsondersteuners, boeren, ondernemers, onderzoekers, adviseurs, vrijwilligers en kunstenaars onlangs tweemaal bijeen om te brainstormen over een duurzame toekomst. Om te laten zien hoe het Mantra-onderzoek wil bijdragen aan de ontwikkeling van een leefbaar landelijk gebied, deelden drie onderzoekers in een eerste bijeenkomst een aantal inzichten. Zij lieten zien hoe bewoners, lokale organisaties en gemeenten met het thema klimaatadaptatie en gezondheid aan de slag kunnen.


Wat is een living lab? In een ‘living lab’ komen inwoners, beleidsmakers, ondernemers, onderzoekers, natuurorganisaties, en andere diverse organisaties en verenigingen samen. Ieder met andere kennis, vaardigheden, motivaties, beleefwerelden en verwachtingen. Het is een plek waar we ons samen gaan buigen over een vraag die moeilijk is – hoe maken we, onder de druk van klimaatverandering, een gezonde leefomgeving op het platteland voor mens, plant en dier? – en waar geen simpel antwoord voor gevonden kan worden. Het is ook een plek waarin we vooral nog niet weten hoe het allemaal moet, maar waar we wel iets bij voelen. We gaan dus experimenteren met de vraag hoe we het platteland gezonder en klimaatbestendiger kunnen maken voor de toekomst. De deelnemers van het living lab in Brabant werken toe naar een expositie die huidige en toekomstige denkbeelden laat zien, een nieuwe manier van werken om als overheden, bedrijven en burgers in actie te komen voor een gezonde leefomgeving – voor mens, plant en dier.


Beelden voor een klimaatbestendige toekomst

Beelden spelen een centrale rol in het living lab, en er is dan ook een belangrijke rol weggelegd voor illustrator Helmich Jousma. Maar ook het luisteren naar elkaar en naar de zorgen en de hoop van de ander over de leefbaarheid op het platteland en hoe deze geraakt wordt door klimaatverandering. De deelnemers gingen daarom in een tweede bijeenkomst in gesprek over de tekeningen die zij zelf maakten en die betrekking hebben op de huidige denkwerelden over de leefwereld op het platteland. Iedere deelnemer deelde diens eigen perspectief van gezondheid en de invloed daarop van de leefomgeving. Dit hielp om verschillen in visie of verwachtingen te overbruggen.

Vanuit de verschillende losse beelden werkten de betrokkenen vervolgens toe naar een gezamenlijk ‘hoopbeeld’ (via 3D modellering). De kracht daarvan ligt in het feit dat deelnemers vertrouwen op hun handen in plaats van op gebruikelijke manieren van denken, om zo nieuwe inzichten te ontdekken. Dit leverde mooie gesprekken op, en inzichten over ons beeld op het platteland en waar onze pijn zit, maar ook wat deelnemers zouden willen oplossen. Deze denkwerelden zijn prachtig uitgebeeld door Helmich Jousma.

Waarom is omgaan met klimaatverandering zo lastig?

Het gros van de Nederlanders maakt zich zorgen om de veranderingen in ons klimaat. Maar denken over de toekomst is ingewikkeld en soms beangstigend. Ons klimaat verandert langzaam en dit heeft invloed op de natuur en op ons als mensen, bijvoorbeeld fruitbomen die eerder bloeien met gevolgen voor bestuiving en voedsel voor insecten op het juiste moment. Maar het heeft ook direct invloed op de gezondheid van mensen, bijvoorbeeld door extreme hitte maar ook door de zorgen die mensen zich over deze ontwikkelingen maken.

Ondanks onze zorgen ondernemen we– burgers, bedrijven en overheden – maar weinig actie met elkaar. Waarom is dat? Het simpelere antwoord is: onze hersenen zijn niet gemaakt voor dit ‘soort’ grote problemen. Het ingewikkelde antwoord: onze hersenen ontwikkelden zich in een tijd waarin mensen zich grotendeels zorgen maakten over hun directe omgeving (genoeg voedsel) en gevaren (roofdieren). We zijn dus ingesteld op risico’s direct om ons heen. En de meeste gevolgen van klimaatverandering liggen in de toekomst. De lange periode en geleidelijkheid van de veranderingen van het klimaat maakt het voor ons lastig om tot actie over te gaan. Om in zo’n complexe situatie echt impact te hebben is het nodig om krachten te bundelen en die gezamenlijke inzet richting te geven.

Daarvoor is een gedeelde toekomstvisie nodig, voor de nodige focus, en een positieve insteek. In de volgende drie bijeenkomsten gaan de betrokkenen verder met elkaar werken aan hun ideaalwereld op het toekomstige platteland en welke acties ze daarvoor met elkaar willen uitvoeren.

Vacancies System Earth Science and Plant Systems Biology

Hiring! Some wonderful vacancies:

We are seeking outstanding individuals to join our faculty to help develop our new activities in the areas of system earth science and plant systems biology at the Maastricht University Campus Venlo, The Netherlands.

Professor Plant Ecology/Biodiversity

Assistant Professor Plant Ecology and Biodiversity

Assistant Professor Planetary Health

Professor Sustainable Food Systems

Assistant Professor Plant Systems, Computational or Synthetic Biology

Vacancies: Climate change health impacts, vulnerability and opportunities

PhD-candidate and post-doc Climate change health impacts, vulnerability and opportunities

We are looking for an enthusiastic PhD and post-doc researcher on healthy climate adaptation.

Healthy climate adaptation is a key prerequisite for achieving a natural and vital rural environment. Addressing the physical and mental health impacts of climate change in rural areas requires a system-based approach that accounts for the fact that these impacts are mediated by changes in population, agriculture, nature and biodiversity. Vulnerability is a function of the extent to which individuals/populations are sensitive to direct and indirect climate change impacts and of the capacity of the population, agriculture, nature and biodiversity to adapt in a healthy way to new climate conditions. Human population vulnerability is highly dependent on socio-economic, demographic and technical context, while vulnerability of agriculture, nature and biodiversity are mostly determined by local conditions, such as (extreme) weather conditions, nutrients and water availability.

To date, however, there is relatively little (empirical) knowledge on the vulnerability of human health to climate change and adaptation measures within this broader web of demographic, socio-economic, technical, nature, biodiversity and agricultural developments. Using a system perspective, we will explore how climate impacts and adaptation measures will affect human health and its interrelations with agriculture, nature and biodiversity. In doing so, we will identify the most important challenges for future health and well-being in each of the selected rural regions. For the human population we will explore future climate scenarios, accounting for possible trends in risk factors, and identify at-risk groups within the selected regions in support of rural climate adaptation measures.

The PhD and post-doc will work closely together to:

  • Develop an integrated health impact assessment protocol for, and gain insight in (health) consequences of climate change for people and their living environment in the three selected rural regions, including a description of vulnerable groups in these regions.
  • Gain insight in mechanisms of climate adaptation measures and interrelations between different transition tasks related to different sectors (health, agriculture, biodiversity) by developing a theoretical framework between healthy climate adaptation measures and potential impacts.
  • Develop practical guidelines for incorporation of these health considerations and vulnerabilities in decision making, to be used on a regional rural level.

The post-doc will be co-responsible for project leadership.

Both PhD and post-doc projects are embedded within the larger transdisciplinary NWO funded MANTRA project (CliMate AdaptatioN for HealTy Rural Areas ). MANTRA aims to develop an innovative system approach that integrates rural priorities for climate change with health risks and opportunities for local communities. It will co-create data, assessments, measures and interventions for healthy climate adaptation in 3 rural living labs. The MANTRA projects involves different disciplines (health, climate, ecology, governance) and various actors such as universities, applied science institutes, assessment agencies, organizations for societal issues and citizen participation, health organizations and various regional stakeholders.

The candidates will be based at Maastricht University College, Venlo, The Netherlands. The supervisor-team will be led by Prof.  Pim Martens

Who are you?

We are looking for candidates who:

  • have a master’s degree (or is near completion of a master program) for the PhD position / have a PhD degree (or is near completion of a PhD for the post-doc position) in the field of Public Health, Sustainability or Environmental  Sciences, Interdisciplinary Science, or another relevant field;
  • has affinity with climate adaptation and health issues;
  • the PhD likes to engage in transdisciplinary research, collaborating with both scientists from across disciplines and societal actors; the post-doc should have experience in participatory research and co-creation processes.
  • is able to perform tasks independently and in teams, has good organization, communication and writing skills, and is fluent in both English and Dutch (For this position your command of the English language is expected to be at C1 level).

Do you want more information?
For more information about this position, please visit Academic Transfer via these links for the PhD-position and postdoc-position.

Uitnodiging Boekpresentie Dierzaamheid

Je kunt ons boek nu kopen bij je lokale boekhandel of online via bijvoorbeeld deze link.

Datum: woensdag 8 juni vanaf 17.00 uur

Locatie: BuzzHouse, Vendelstraat 7, 1012 XX Amsterdam

Graag vooraf aanmelden: n.slot-slokker@houseofanimals.nl

Dierzaamheid beschrijft het leven van huisdieren, gehouden dieren en wilde dieren in Nederland. De titel staat voor het idee dat in een samenleving alleen echt ecologische duurzaamheid kan zijn als dat hand in hand gaat met dierenwelzijn. Het boek bevat een zestien essays over alle sectoren en domeinen waar mens en dier in ons land samenleven (van huisdieren via de veehouderij tot dierentuinen, van wilde dieren via proefdieren tot dierenrechten), steeds geschreven door een autoriteit op dat terrein, en voorzien van tips voor een dierinclusieve samenleving.

De feestelijke presentatie van het boek vindt plaats op woensdag 8 juni van 17.00 in het BuzzHouse in Amsterdam, dat te vinden is op het Binnengasthuis-terrein van de Universiteit van Amsterdam. Tussen 17.30 uur en 18.15 uur spreker achtereenvolgens Erno Eskens, de uitgever, en de samenstellers – Pim Martens, Maarten Reesink en Karen Soeters. Elk van de sprekers zal een vlammend statement maken over dierzaamheid. Daarna is het tijd om die lancering met hapjes en drankjes te vieren.

Over het boek

Dierzaamheid beschrijft het leven van huisdieren, gehouden dieren en wilde dieren in Nederland. Er blijkt veel te verbeteren. Maar het is mogelijk: duurzaam samenleven met dieren, zonder uitbuiting en milieuvernietiging. De auteurs introduceren het begrip ‘dierzaamheid’. We worden ‘dierzaam’ door zorgzamer om te gaan met onze huisdieren, dierentuinen te hervormen, de oude strijd tegen het zogenaamde ‘ongedierte’ te stoppen en door op een milieuvriendelijke wijze gezonder vee te houden. Het verbeteren van de (rechts)positie van het dier blijkt niet alleen van belang voor de kwetsbare dieren, maar ook voor het milieu en dus voor onze eigen gezondheid. Met tips voor een dierinclusieve samenleving.

Met bijdragen van: Leonie Cornips, Marco van Duijn, Frank van Eerdenburg, Lenny van Erp, Monique Janssens, Marjo van Koppen, Diederik van Liere, Pim Martens, André Menache, Nynke Osinga, Maarten Reesink, Esteban Rivas, Servé Smeets, Karen Soeters, Bert Theunissen en Frank Zanderink

€ 24,90, samenstelling Pim Martens, Maarten Reesink, Karen Soeters, paperback, 288 pagina’s, uitgeverij Noordboek.

Je kunt ons boek nu kopen bij je lokale boekhandel of online via bijvoorbeeld deze link.

DiCaprio heeft meer bereikt dan klimaatwetenschappers

Symposium over activisme in de wetenschap

Tekst door Maurice Timmerman, gepubliceerd in de Observant

Kun je als wetenschapper tegelijk een activist zijn? Komt je onafhankelijkheid dan niet in het geding? En wat als je met je wetenschappelijke bevindingen andere activisten tegen de haren in strijkt en je inbox volstroomt met haatmails?

Het zijn vragen die afgelopen dinsdag aan bod kwamen tijdens een online UM-symposium, op touw gezet door het Platform voor Onderzoeksethiek en Integriteit en het Platform for Community-Engaged Research. 

Recordings of a livestream discussion about the tension between activism and academic research.

Een van de drie panelleden, onderzoeker Astrid Offermans, vindt dat academici bij hun leest moeten blijven. “We moeten betrouwbare kennis leveren, waarbij we ons onafhankelijk opstellen en open staan voor andere perspectieven. Dat doen activisten niet. Het gevaar is dat activistische wetenschappers aandacht belangrijker vinden dan methodologische zuiverheid, dat ze willen overtuigen in plaats van analyseren, een sexy verhaal voor het voetlicht brengen in plaats van de eerlijke, saaie waarheid.

Jane Goodall

De andere twee panelleden zijn het daar niet mee eens. Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling, noemt zichzelf een ‘scientivist’. “Dat is een publieke intellectueel, denk aan Einstein, die het als een morele verplichting ziet om zich als burger in te zetten voor een betere wereld. Of Jane Goodall die haar leven lang chimpansees bestudeerde en het later opnam voor deze dieren, die benadrukte dat ze net als mensen een emotioneel leven hebben, met waardevolle relaties.”

Wetenschappers twijfelen voortdurend, doet Martens dat ook als activist, vraagt spreekstalmeester Teun Dekker, hoogleraar filosofie aan het University College. 

Zeker, zegt de duurzaamheidsprof. “Ik vraag me weleens af of ik met een mars moet meelopen, of ik blogs over een onderwerp moet publiceren. De grens tussen wetenschap en activisme is soms delicaat.

Farmaceut

Het derde panellid, Maurice Zeegers, hoogleraar epidemiologie, schaart zich achter Martens. “Ik zou haast willen zeggen: alle activisten zouden wetenschappers moeten zijn. Zoeken naar waarheid, zoals Offermans dat benadrukte, gaat goed samen met engagement, maar ook met onderzoek voor het bedrijfsleven. Ik werk op dit moment samen met een advocatenkantoor dat een zaak aanspant tegen een farmaceut.”

Dekker: “Hoe leg je uit dat je wel hun geld accepteert, maar niet per se zegt wat ze willen horen?”

Zeegers: “De bedrijven waar ik voor werk, willen juist die wetenschappelijke conclusie horen, ook als het ze niet uitkomt. Die integriteit is wat wetenschap waardevol maakt.

Gestalkt

Wat als je als ‘scientivist’ te maken krijgt met groepen die je wetenschappelijke conclusies van tafel vegen, vraagt iemand uit de ‘zaal’? “De nachtmerrie van elke wetenschapper”, zegt Dekker , “dat je tienduizend e-mails op je dak krijgt, die niet allemaal even prettig zijn.”

Toch deelt ook Zeegers zijn resultaten op sociale media. “Het is belangrijk om met je poten in de modder te staan, om te begrijpen wat er speelt in de samenleving. En ja, bevindingen die mensen tegen de haren in strijken, moet je ook plaatsen. Als ze maar wetenschappelijk aan de eisen voldoen.”

Martens: “Je hebt niet alles in de hand. Soms verstuur je een tweet, net iets te snel, en dan blijkt dat die een eigen leven gaat leiden. Maar goed, als je werk je passie is, dan wil je dat ook op sociale media delen. Niemand wordt graag gestalkt, maar dat is niet alleen een angst van wetenschappers, maar ook van politici. Het voordeel is dat je als wetenschapper een betrouwbare bijdrage kunt leveren aan discussies.”

Als epidemioloog krijgt Zeegers in deze tijden van corona vaak vragen over vaccinaties. “Je ziet dat de samenleving steeds meer gebruik maakt van wetenschap. En de studies die in de media passeren, kan ik in perspectief plaatsen. Ik vind dat mijn plicht.”

Vele waarheden

Nieuwe vraag uit de zaal, aldus Dekker. “We hebben de mond vol van objectiviteit, waarheid, onafhankelijkheid. Waarom geven we niet gewoon toe dat dit niet bestaat? Is het in stand houden van de pretentie niet gevaarlijker dan toegeven?”

Offermans: “Ik snap wat hier wordt bedoeld, maar ik denk dat de wetenschappelijke zuiverheid en analyse het verschil maken. Zijn er één of vele waarheden, over die vraag kun je lang debatteren, maar zolang je de werkelijkheid academisch benadert is het prima.”

Zeegers: “Objectiviteit bestaat inderdaad niet, iedereen is bevooroordeeld, dat denk ik ook. Maar dat betekent niet dat we niet meer op onze wetenschappelijke methoden kunnen vertrouwen.”

Wereldvrede

Dat wetenschappers ijveren voor een goede zaak vindt Offermans prima, maar liever niet op hetzelfde terrein waarop ze onderzoek doen. “Ik zou dat scheiden.”

Dat lukt niet altijd, zegt Martens. “In een interview word je toch vaak op beide rollen aangesproken. Maar waarom zou je je intellectuele kracht niet gebruiken als activist? Ieder zijn eigen expertise, en als dat gezag oplevert, waarom niet?”

Einstein is daar een goed voorbeeld van, zegt Dekker. “Een groot natuurkundige, maar wat wist hij nou van de wereldvrede, waar hij zich zo voor inzette?”

Martens: “Wat weet Leonardo DiCaprio van klimaatverandering? Maar toen hij daar een paar jaar geleden een speech over gaf, gebeurde er iets. Hij heeft in ieder geval meer bereikt dan ik en mijn collega’s met al onze vakartikelen. Want de klimaatboodschap, die nu gemeengoed is, probeerden wij dertig jaar geleden al aan de man te brengen. Niemand luisterde toen, heel frustrerend.”

Eerlijk

Volgende vraag: hoe belangrijk is objectiviteit en onafhankelijkheid als ondertussen de planeet in brand staat?

“Het illustreert hoe impopulair mijn stellingname is”, zegt Offermans. “Maar er zijn alternatieven. Je kunt je ook opstellen als een eerlijke beurshandelaar, en alle opties en scenario’s laten zien vanuit wetenschappelijk perspectief. Daar hebben beleidsmakers veel baat bij.” 

Maar hoe houd je jezelf op het eerlijke pad, vraagt Dekker.

Martens: “Mijn ervaring is dat zo goed als alle onderzoekers eerlijk zijn.”

Dekker: “Uit een enquête bleek onlangs dat 52 procent van de onderzoekers toegeeft niet altijd volledig integer te zijn. Hoe kan een universiteit eerlijkheid stimuleren?” 

Zeegers: “Dan moet je ook naar de cultuur kijken, en daarbij spelen bijvoorbeeld zaken als werkdruk een rol. Maar buitengewoon belangrijk is dat je als onderzoeker een goede mentor bent en het goede voorbeeld geeft aan je promovendi. Er zijn trouwens ook survey’s waaruit blijkt dat 98 procent van de wetenschappers integer is. Onderzoekers zijn, denk ik, goede mensen.”

Dekker: “Maar wel mensen. Die soms struikelen.”

KNAW commissie Planetary Health

Vereerd lid te zijn van de KNAW commissie Planetary Health die gaat inventariseren welke wetenschappelijke kennis er nodig is op het gebied van planetary health en welke prioriteiten voor kennisontwikkeling er liggen voor Nederland.

Planetary health is de interdisciplinaire benadering van het verband tussen de gezondheid en welzijn van mens en dier en de ‘gezondheid’ van de aarde. Het gaat daarbij om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit maar bijvoorbeeld ook om grootschalige milieuvervuiling, ontbossing, erosie en andere door de mens veroorzaakte veranderingen die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Die risico’s zijn onder meer infectieziekten, problemen met voedsel- en drinkwatervoorziening, migratie en conflict en mentale gezondheid.

Voor meer informatie zie KNAW website

English

Honored to be a member of the KNAW (The Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences) Planetary Health committee, which will inventorize the scientific knowledge needed in the field of planetary health and the priorities for knowledge development for the Netherlands.

Planetary health is the interdisciplinary approach to the link between the health and well-being of human and non-human animals and the ‘health’ of the earth. This concerns climate change and loss of biodiversity, but also, for example, large-scale environmental pollution, deforestation, erosion and other man-made changes that entail health risks. Those risks include infectious diseases, problems with food and drinking water supplies, migration and conflict, and mental health.

For more information see KNAW website

Mens-dierrelatie, zoönosen en de recente COVID-19 pandemie

Onze gezondheid is afhankelijk van biodiversiteit. Wij zijn afhankelijk van ecosystemen en de diensten die deze ecosystemen aan ons geven. Gezondheid van dieren, mensen en planten hangt met elkaar samen. Het één kun je niet los zien van het andere. Duurzaamheid en dieren hebben alles met elkaar te maken.

Bekijk hier het interview wat ik onlangs had met de Nicolaas G. Pierson Foundation over mens-dierrelatie, zoönosen en de COVID-19 pandemie.