Maastricht summerschool health & climate change

The health impacts of climate change are becoming more visible nowadays. An increased frequency of heatwaves and a change in the spread of diseases – both are the result of climate change. If you’d like to know more about the causes and implications of climate change, stay tuned. We finished the 2020 Summer course, but keep an eye on this site and the Maastricht University Summerschool website for next courses.

Te weinig oog voor ziektes door klimaatverandering

Origineel bericht op undefined

De eikenprocessierups is in aantocht, maar volgens hoogleraar duurzame ontwikkeling Pim Martens is dat niet het enige insect waar we dankzij klimaatverandering de komende jaren last van zullen hebben. En het blijft niet bij insecten. Martens: “Klimaatverandering brengt meer gezondheidsrisico’s met zich mee. Daar hebben we te weinig oog voor.”

Hoe kan het dat er steeds meer vreemde insecten in Nederland voorkomen?

“Door de opwarming van de aarde zijn onze zomers warmer en onze winters milder. Daardoor kunnen insecten die hier vroeger niet voorkwamen ineens in Nederland overleven. Dat kunnen ‘onschuldige’ nieuwe vlindersoorten zijn, maar het kunnen ook insecten zijn die een gezondheidsrisico vormen, zoals de eikenprocessierups die voor veel jeuk zorgt. Of de tijgermug en de superteek.”

“Er zijn ongeveer tien ziektes die een tijgermug potentieel kan overbrengen, zoals zika, knokkelkoorts (dengue) en gele koorts. En de superteek kan ziektes overbrengen zoals krim-congokoorts. Gelukkig zijn de superteken die momenteel in Nederland zijn gespot daar niet mee besmet. En nog niemand in Nederland is ziek geworden van de beet van de tijgermug, maar het zou wel kúnnen dat besmette insecten zich in Nederland vestigen.”

Klimaatverandering brengt volgens u ook andere gezondheidsrisico’s met zich mee. Welke?

“Het zijn niet alleen insecten die een gezondheidsrisico vormen. De opwarming van de aarde verlengt bijvoorbeeld ook het pollenseizoen. Wie gevoelig is voor allergieën zoals hooikoorts, krijgt daar langer last van.”

“De klimaateffecten op gezondheid hebben altijd relatief weinig aandacht gehad, terwijl we zeker nu zien hoe bijvoorbeeld een infectieziekte een samenleving kan lamleggen.”

Pim Martens, hoogleraar duurzame ontwikkeling

“We staan ook te weinig stil bij de effecten van onze klimaatmaatregelen. Klimaatverandering zorgt bijvoorbeeld voor meer wateroverlast. Om die op te vangen, leggen we waterbuffers aan. Maar daarbij denken we niet na over insecten zoals muggen die op water afkomen. Die kunnen verspreiders van ziekten zijn.”

Zoals malaria?

“De kans dat malaria uitbreekt in Nederland is erg klein. De muggen die het kunnen overbrengen, hebben we allang. Voor een uitbraak moet eerst een aanzienlijk aantal mensen besmet zijn. Andere, onbekende ziektes kunnen wél verspreid worden door muggen of andere insecten.”

“De kans dat zoiets gebeurt, wordt steeds groter. Niet alleen door muggen trouwens. Ook de kans op een uitbraak van een infectieziekte onder vee zoals blauwtong wordt groter.”

Waarom groeit die kans?

“Door een combinatie van factoren die op elkaar inspelen. Het wordt warmer én we vliegen meer. Het klimaat verandert én we laten onze biodiversiteit verpieteren. We hebben te weinig oog voor de risico’s van ons waterbeleid én er zijn muggen, vogels en andere dieren die een infectie kunnen verspreiden. Alles hangt met elkaar samen.”

Kunnen we gezondheidsproblemen in de toekomst voorkomen?

“We moeten integraler en duurzamer gaan denken. Geen eiken kappen als we last hebben van de eikenprocessierups bijvoorbeeld, maar denken vanuit biodiversiteit. Zet liever koolmezen in. De rups heeft vrij spel, omdat hij haast geen natuurlijke vijanden meer heeft.”

Voer moet duurzamer

March 25th, 2020

Zie ook Nederlands Dagblad

MAASTRICHT – Er zijn zoveel honden en katten in de wereld dat we ze niet meer kunnen voeden met slachtafval en dierlijke resten die mensen niet eten, zoals pens, neuzen en oren. Productie van honden- en kattenvoer draagt ook bij aan de belasting van het milieu en de verandering van het klimaat. Gebruik van plantaardige grondstoffen en insecten kan een oplossing zijn, denkt Pim Martens, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling (in het bijzonder mens-dier-natuur relaties) aan Maastricht University

Uit onderzoek blijkt dat voor de productie van voer voor de honden en katten in Nederland een grondoppervlakte nodig is die vergelijkbaar is met veertig procent van de landbouwgrond in ons land. ,,We weten het niet precies, dus ik houd een slag om de arm. Maar het illustreert wel hoeveel het is’’, aldus Martens. Een dergelijke oppervlakte is nodig om voldoende voer te produceren voor de koeien, varkens en kippen die uiteindelijk worden verwerkt tot honden- en kattenvoer. De ecologische pootafdruk van een Nederlandse hond varieert volgens deze berekening van 0,9 tot 3,66 hectare per jaar, afhankelijk van de grootte van het dier. Voor katten komt dit neer op 0,4 tot 0,67 hectare.

Ook in andere landen is onderzoek gedaan naar het ruimtebeslag van huisdieren. ,,We hebben gevraagd hoe vaak de dieren op een dag te eten kregen, hoeveel en of ze daarbij ook nog restjes kregen van de maaltijd van de baas.’’ Vroeger at de hond met de pot mee, tegenwoordig is dat in het Westen niet erg gebruikelijk meer, maar op het platteland van China nog wel. ,,We hebben geprobeerd dat zo goed mogelijk in te schatten en in de berekeningen mee te nemen.’’ Voor Japan komt de ecologische pootafdruk voor honden en katten neer op 0,33 tot 2,19 hectare voor de hond en 0,32 tot 0,56 hectare voor de kat. Voor China is dat respectievelijk 0,82 tot 4,19 voor de hond en 0,36 en 0,63 hectare voor de kat. In deze landen worden kleinere huisdieren gehouden of is een enorm verschil tussen de dieren op het platteland, die uitsluitend kliekjes eten, en de dieren in de steden die behandeld én gevoed worden als verwende kinderen.

Nog wat concreter: de energieconsumptie van honden en katten in de VS is min of meer gelijk aan een vijfde van de energie die mensen er gebruiken voor hun voeding.

Groei

Gezien de groei van de wereldbevolking en de nog steeds stijgende welvaart, verwacht Martens dat het aantal honden en katten – in 2014 nog geschat op zo’n 220 miljoen elk – verder toeneemt en daarmee ook de behoefte aan voer. ,,Als we die dieren allemaal blijven voeren zoals nu gebeurt, legt dat een steeds groter beslag op de beschikbare ruimte en neemt vanwege de uitstoot van broeikasgassen het negatieve effect op het klimaat toe.’’ Een hond eet zoveel vlees dat zijn ecologische pootafdruk tien keer zo hoog is als de ecologische voetafdruk van de mens. Tenminste, wat betreft zijn voeding. ,,Mensen rijden in auto’s, ze vliegen en gebruiken energie voor allerlei zaken. Dat laten we buiten beschouwing, we kijken alleen naar het voedsel’’, nuanceert Martens.

Dierenvoeder moet milieuvriendelijker worden geproduceerd, maar dat is geen eenvoudige klus. Net zo als voor de mens, is het voor de hond mogelijk het grootste deel van het voer vegetarisch te maken. Voor katten ligt dat anders, dat zijn ‘verplichte carnivoren’. Zij hebben een andere fysiologie en maken bepaalde voor hun gezondheid noodzakelijke aminozuren niet zelf aan. ,,Net zoals wij geen vitamine C aanmaken, maar wel vitamine D’’, illustreert Martens. Katten moeten domweg dierlijke eiwit eten om die stoffen binnen te krijgen. Het is echter niet noodzakelijk dat een kat rund- of varkensvlees eet: kip of vis scheelt al.

Ook zou het beter zijn als de baasjes in de rijke landen wat nauwkeuriger kijken hoeveel ze hun huisdier te eten geven. Overgewicht is namelijk geen exclusief menselijk probleem. Ook veel huisdieren zijn te dik en het zou niet alleen hun gezondheid, maar ook het milieu ten goede komen als ze minder zouden eten. ,,Daar is winst te behalen’’, aldus de hoogleraar. ,,Mensen beseffen niet altijd dat ze hun hond drie keer per dag wat lekkers toestoppen, terwijl hij dat niet nodig heeft.’’

Ethisch

Menig vegetariër zal toejuichen dat er minder vlees wordt gebruikt voor het voer van gezelschapsdieren. Het gebruik van insecten om dierenvoer te produceren ziet Martens als een mogelijk alternatief. ,,Al levert het ook een ethisch probleem op, want tenslotte zijn insecten ook dieren.’’

sociaal smeermiddel

Martens, die zelf een kat heeft, is er niet op uit het houden van huisdieren te ontmoedigen. Er zitten ten slotte ook voordelen aan: ,,Huisdieren zijn een sociaal smeermiddel een ook wel een vervanging van wat anders, soms van kinderen en soms zelfs van religie.’’ Dierenliefhebbers zijn dikwijls wat socialer dan anderen.

Toch denkt hij ook na over mogelijkheden om de milieubelasting door honden en katten terug te dringen. Natuurlijk moeten mensen hondenpoep opruimen om te voorkomen dat die het oppervlaktewater vervuilt. Maar gezinnen zouden ook een hond kunnen delen bijvoorbeeld. In dat geval hebben meer mensen plezier aan het beest en belast het milieu en klimaat minder. Overheden zouden zelfs beperkingen op kunnen leggen aan het bezit van honden en katten. ,,Je kunt je best afvragen waarom iemand vijf labradors zou moeten willen of twintig katten op een flat. Dit laatste nog los van de vraag hoe het staat met het dierenwelzijn.’’

Hyperdisease

March 12th, 2020

From a book chapter in 2015, but more relevant than ever with the current coronavirus crisis:

In a globalising world, we see with an increasing demand for meat and animal products an unprecedented transport of these products within and between countries. Unfortunately, the transport of animal meat and fodder entails also the transport of animal- and human diseases. Major epidemic livestock diseases, including e.g. bovine plague, bovine spongiform encephalopathy, foot-and-mouth disease, contagious caprine pleuropneumonia, and rift valley fever, often migrate or spread across borders with the transport of ‘animal proteins’, cause major losses and emergencies, and can pose threats to human health. In the past, such damage has on occasions been catastrophic, leading to famines and sometimes triggering trade restrictions. These transboundary diseases are among the most contagious and place a serious burden on the economies of the countries in which they occur.
The reasons for this increasing risk are complex, but the main contributing factors have been identified as follows :

  1. alteration of the environment affecting the size and distribution of certain animal species, vectors, and transmitters of infectious agents of humans;
  2. increasing human populations favouring an increased level of contact between humans and infected/affected animals
  3.  industrialization of foods of animal origin; changes in food processing and consumer nutritional habits; and,
  4. increasing movements of people as well as trade of animals and animal products and decreasing activities for the surveillance and control of major zoonoses.

As the trade of animal products and the movements of people become more intense, the risks of introduction/reintroduction of certain diseases in a country increase. It is very likely, in view of the foreseeable global changes over the next few decades (e.g., population growth, urbanization, and climatic changes), that this trend will continue and even increase. Human disease patterns will be affected by high densities and movements of human populations within and between countries and changes in lifestyles; animal disease patterns will be affected by changing land-use patterns, new farming practices, displacement of animals, and environmental contamination.

Until now, as described above, the number of fatalities has remained relatively low. However, the question seems to be shifting from ‘Will there be a pandemic’ to ‘When will it occur?’. An even more pertinent question is what a future pandemic will entail. Will the number of victims be limited or will it be an extremely contagious, lethal disease, so grave that it may be deemed a ‘hyperdisease’?

The ‘hyperdisease hypothesis’ was developed by Ross MacPhee and Preston Marx. They assert that extremely contagious and fatal infectious diseases were decisive elements to the extinction of various animal species in regions such as North America. These hyperdiseases are not completely new diseases, but diseases that have ‘jumped’ from one spe-cies to another. Examples from the past underline that (viral) infectious diseases regularly jump from animals to humans. Increasing contact between people and (domesticated) animals, and increasing contacts between people among themselves (due to factors such as growing populations and increased mobility) command us to take these kinds of extreme scenarios seriously.

See here for the full Chapter from the book: Meat, The Future: How Cutting Meat Consumption Can Feed Billions More (2015)

Ethics of the Anthropocene

March 5th, 2020

IVM and the Faculty of Religion and Theology announce Pim Martens as 2020 Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene

See also here

Professor Pim Martens from Maastricht University, The Netherlands, has been appointed as Senior Fellow in the Ethics of the Anthropocene Program for 2020. Pim Martens holds the Chair Sustainable Development at the Maastricht Sustainability Institute (MSI), Maastricht University. Professor Martens’s project will focus on religion and animals in the Anthropocene. His term at Vrije Universiteit Amsterdam will run from March to December 2020.

The Ethics of the Anthropocene Fellowship is a collaborative initiative of the Institute for Environmental Studies (IVM) and the Faculty of Theology. It is intended to foster research projects at the interface of ethics, religion and global environmental change. Annual fellowships are awarded alternately to an established Senior scholar and to two or three promising PhD candidates who are in the process of specializing in this burgeoning field.

About the Fellowship
The novel concept of an ‘Anthropocene’ has been proposed to denote the present epoch in planetary history, following up the earlier Holocene, as a new geological era now largely defined by the extent and direction of human activities with a profound global impact on the earth’s ecosystems. Importantly, the concept of an ‘Anthropocene’ places humankind fully at the centre of planetary evolution, as the main driving force on planet earth. These conceptual developments, however, raise fundamental normative questions with profound relevance for religion and ethics and for the principles that will guide the governance of the earth system. To study these important questions, VU Amsterdam has installed a special programme for senior and junior researchers, the VU Fellowship in the Ethics of the Anthropocene.

About the 2020 project: Religion and animals in the Anthropocene
Our dominant current socio-economic and political systems have become decoupled from the larger ecology of life. Our relationship with our natural environment and the animals within has changed dramatically over time. This fellowship will explore pathways to investigate religious orientation, ethical ideologies and their relation toward animal attitudes. Furthermore, by learning from indigenous cultures we can start to see out of which changes our mechanistic worldviews emerged. The fellowship might even go one step further – with a sufficiently open definition of religion – and include the study of proto-religions or ritual behaviour in animals as well.

About the Fellow
Pim Martens has a PhD in applied mathematics and holds the chair ‘Sustainable Development’ at Maastricht University. Prof. Martens is a project leader and principal investigator of several projects related to sustainable development and sustainability science in the context of e.g. human-animal relationships, climate change and health, and co-chairs the interfaculty and interdisciplinary UM Platform on Human and Non-Human Relations, and Interactions (HARI). Dr Martens has been a research professor at ETH Zürich, Switzerland, Leverhulme professor at Aberystwyth University, Wales, and visiting scholar at the London School of Hygiene and Tropical Medicine (UK), Harvard University (USA), Heidelberg University, (Germany), ETH Zürich (Switzerland), Aberystwyth University (Wales), and Leuphana University Lüneburg (Germany). Finally, Pim Martens is founder of AnimalWise, a ‘think and do tank’ integrating scientific knowledge and animal advocacy to bring about sustainable change in our relationship with animals.

Hebben dieren emoties?

Wat doen onze huisdieren?

February 1st, 2020

Waarom spinnen katten? Spiegelen honden onze emoties? Houden papegaaien van kroelen? We zochten in de wetenschap naar een antwoord op het mysterieuze gedrag van onze huisdieren. Bekijk de drie video’s op de site van de Nationale Wetenschapsagenda en kom meer te weten over onze huisdieren en hoe we weten waarom ze doen wat ze doen.

Een kwispelende hond die tegen je op springt als je ‘s avonds thuiskomt. Je kent het vast wel. Maar kunnen dieren eigenlijk echt blij zijn? Heeft een hond emoties, en spiegelt hij ook jouw emoties? Anne-Ro stelde de vraag over haar hond Coco. Kijk de video beneden voor het antwoord van Pim Martens, professor ‘Dierzaamheid’ in Maastricht.

Public debate on the meaning of academia in times of environmental crisis

January 28th, 2020

What is the role of academics in times of environmental crisis? That was the main question at the debate at the School of Business and Economics last Wednesday, organized by Students4Climate Maastricht and Sustainable Maastricht 2030.  Where some panel members emphasized the steps that have already been taken, others – together with many voices in the audience – were more critical: they feel not enough is happening and time is running out.
The panellists all agreed on one thing: education is key.  But it’s not just students who need to be informed, the university and its staff members can also play a role in educating the general public. “To a lot of people, it still seems as if 50 per cent of the scientists think climate change is real and the other 50 per cent don’t, when in reality it’s 99 per cent versus 1,” says Pim Martens, chair Sustainable Development at MSI. “We have to speak up more when we see climate lies being shared.”

“We still have opportunities, but I’m quite pessimistic,” says Martens. “We did next to nothing between the late 90s and now. What we need is a system change, not just some adjustments.”

See original post at Observant

Klimaatverandering: Te weinig oog voor gezondheidsrisico’s

October 2nd, 2019

Er komen meer beestjes aan waar we last van krijgen. Mensen met problemen aan de luchtwegen zullen in de zomer vaker naar adem snakken. Wie gevoelig is voor allergieën, krijgt over langere periodes klachten. Door hitte moeten mensen oppassen met bepaalde medicijnen en zorgvuldiger omgaan met voedsel. Meer mensen zullen sterven, vooral kwetsbare mensen. Maar ook het risico op een wereldwijde infectieziekte wordt groter en die kan ons allemaal treffen.

Interview RadarLimburg

Dit is geen bangmakerij, maar de werkelijkheid, weet prof. Pim Martens, milieugezondheidsdeskundige aan de Universiteit van Maastricht. Samen met onderzoekers van de universiteit Wageningen en het RIVM, schreef hij mee aan de Kennisagenda Klimaat en Gezondheid. Daarin pleiten wetenschappers voor meer samenhangend onderzoek en meer aandacht voor de effecten van maatregelen. Want overal gebeurt wat, maar de samenhang is vaak ver te zoeken. Simpel voorbeeld: Meer groen in de stad betekent ook meer teken. Staan we daar bij stil of laten we ons verrassen?

Geen interesse

De snelheid waarmee het klimaat verandert, is groot. Voor een aantal planten en dieren gaat het veel te snel. En de mens? Voor het eerst in zijn leven heeft Martens deze zomer zijn tuin gesproeid. In de kelder staat sinds enkele jaren een pomp paraat om bij wateroverlast de kelder leeg te pompen. De mens past zich aan, maar het gaat altijd ten koste van wat anders, zegt Martens. En dáár moeten we over nadenken, vindt hij. Dat gebeurt in zijn ogen veel te weinig. Ook in het klimaatakkoord komt gezondheid maar ‘matig’ voor. ‘’Dat verbaast me. Het gaat ons allemaal direct aan.’’

Martens doet onderzoek naar de effecten van de klimaatverandering op onze gezondheid. Geen onderzoeksgebied waar veel mensen aan werken. Ruim twintig jaar geleden is hij gepromoveerd op klimaat en gezondheid. Het was een nog onontgonnen gebied. ‘’Hooguit vijf mensen in de wereld waren er mee bezig’’. Martens boog zich toen vooral over infectieziekten in Afrika, waarvoor hij computersimulatiemodellen maakte. ‘’Er was totaal geen interesse voor in Nederland. Daarvoor was het allemaal te ver weg. In 2000 reageerden mensen laatdunkend op berichten over de blauwtongziekte, maar enkele jaren later was het zover. De komst van de tijgermug is in de jaren negentig ook al aangekondigd.’’

Ziektes

Niet dat hij en zijn vakgenoten alles hebben voorzien. De reuzenteek zagen ze niet aankomen en de opmars van de eikenprocessierups evenmin. Niettemin is zijn werk soms ‘een beetje frustrerend’. Lange tijd ging alle aandacht uit naar de betekenis van klimaatverandering op de zeespiegel en de landbouw. Naarmate infectieziekten (zoals Q-koorts) dichterbij kwamen, groeide de belangstelling voor de effecten op de gezondheid, maar er wordt volgens Martens nog steeds veel te weinig nagedacht. Een voorbeeld. ‘’Omdat we naast droogte ook wateroverlast verwachten door korte heftige periodes van regen, zijn er veel waterbuffers aangelegd om water vast te houden. Daar komen allerlei insecten op af en die kunnen verspreiders zijn van ziekten. Daar wordt niet over nagedacht.’’

Risico’s groter

Het is niet enkel de klimaatverandering die ons welbevinden raakt, het is een combinatie van factoren die op elkaar inspelen: het wordt warmer én we vliegen meer, én we hebben héél veel varkens, geiten en kippen in stallen gestopt én er zijn muggen, vogels en wilde zwijnen die een infectie kunnen verspreiden. Het risico op een uitbraak van het één of ander wordt daarmee steeds groter. ‘’Als er een grote epidemie uitbreekt, zou je het luchtverkeer in de hele wereld moeten stilleggen.’’

Martens ziet te veel symptoombestrijding in Nederland. Wateroverlast? Buffers aanleggen. Een opmars van de eikenprocessierups? Bomen kappen! Jeuk? Neem een pilletje. ‘’Mensen willen er meteen vanaf. Met jeuk begrijp ik dat. Maar kap niet meteen eikenbomen maar probeer het evenwicht te herstellen. Bijvoorbeeld door koolmezen aan te trekken die de rupsen eten. Redeneer bij maatregelen vanuit het ecosysteem, dan ben je integraal bezig.’’

Er is volgens hem meer voorlichting nodig voor burgers, zodat die flexibel leren omgaan met de veranderingen. Zeker ook in Limburg, die als meest zuidelijke provincie vaak als eerste heeft te maken met ‘nieuwe’ dieren.

Dwarsverbanden

Martens pleit voor meer samenhang en creativiteit. Die komen niet goed van de grond als de klimaatverandering alleen vanuit disciplines wordt benaderd. Specialisten zijn heel belangrijk en broodnodig, maar daarnaast zijn er generalisten nodig die dwarsverbanden zien. ‘’Ik moest indertijd ook leuren met mijn onderzoek. Het ministerie van Milieu zei dat het thuishoorde bij Volksgezondheid, maar dat verwees mij weer terug naar Milieu.’’

Er lijkt hoop. Martens doceerde afgelopen schooljaar samen met zijn collega Maud Huynen voor het eerst het vak klimaatverandering. Honderdtwintig studenten schreven zich in. Volgeboekt.

Climate March: walk the walk and talk the talk

September 17th, 2019

On the 20th of September, citizens of the world will once again take it to the streets to voice their concerns about climatic changes and the lack of action against it. The global day of action will take place just before the United Nations climate summit in New York. This voice of concern, started by the young generation, has been taken over by all.  Climate change poses an immediate and long-term threat to people and our planet. Universities, like Maastricht University, are uniquely equipped to shape the ideas, leadership and behaviour that will lead the transition to a sustainable future. However, too little is happening in the climate change arena, both in terms of research and teaching. And at the last strike, the scientific staff that walked amongst the students could be counted on one hand. Fortunately, things are changing; students demand it. I am happy we have started a ‘Climate Change Course’, were we do discuss how to act on climate change through research that occurs across disciplines, and policies taken throughout the world. Through teaching and research, and by providing our students with the tools to confront this issue for generations to come, we make a small step to a healthier, more sustainable future. This Friday, I will make even more steps by joining the students in the Climate March – hope to see many of you joining as well.